Het Dagelijks Bestuur van Waterschap Vallei & Eem heeft het beleid voor het inlaten van water vastgesteld. Als het water een matige of slechte kwaliteit heeft kan het inlaten ook negatief uitpakken.
Met dit beleid is duidelijk in welke situaties en onder welke voorwaarden er water mag worden ingelaten. Dat beleid is in zogeheten beslisbomen vormgegeven. De medewerkers van het waterschap kunnen nu op basis van deze beslisbomen snel besluiten om water in te laten of juist niet.
Het waterschap zorgt voor optimale waterstanden. In laaggelegen gebieden laat het waterschap water van elders in om een watertekort aan te vullen. Voor de hoger gelegen glooiende gebieden kan geen water worden aangevoerd, maar kan het waterschap alleen het water zo lang mogelijk proberen vast te houden.
Het belangrijkste inlaatpunt voor het waterschap bevindt zich bij de Grebbesluis tussen Wageningen en Rhenen. Hier wordt water vanuit de Nederrijn ingelaten om de waterkwaliteit van het Valleikanaal te waarborgen en om watertekorten aan te vullen. Bij een slechte waterkwaliteit in de Rijn en bij lage waterstanden zal het waterschap geen of maar weinig water inlaten. Bij inlaat vanuit de Randmeren speelt de vraag of er blauwalgen in het water zitten een belangrijke rol.
![]() |
| Inlaat Grebbesluis |
Ook kan het waterschap water inlaten in een gebied ten zuiden van Woudenberg, in de Eempolders, de polder Arkemheen en in enkele stedelijke gebieden.
