
Water loopt van nature van hoog naar laag. Soms is het nodig dat het water van een lager naar een hoger punt gaat. Bijvoorbeeld als het waterschap het overtollige water vanuit een polder af wil voeren naar een rivier, terwijl de waterstand in de rivier hoger is dan de waterstand in de polder.
Met een gemaal kan het waterschap in zo'n geval het water verpompen naar de rivier zodat de inwoners van het gebied droge voeten blijven houden.
Met een stuw regelen we de waterstand in een watergang. Een stuw is een soort obstakel in het water waarachter het water wordt tegengehouden. Dit obstakel kan het waterschap naar behoefte hoger en lager zetten. Hoe hoger het obstakel, hoe hoger ook de waterstand erachter is. Het omgekeerde werkt natuurlijk ook. Als de stuw laag staat, dan kan er meer water aan- en/of afgevoerd worden.
Zo regelen we het waterpeil in ons gebied en bereiden we ons voor op droge en natte periodes. Sommige stuwen worden handmatig bediend en anderen zijn automatisch en op afstand bestuurbaar. Het doel is een constant waterpeil afgestemd op de functie van het gebied.
Sommige stuwen worden handmatig bediend en sommige zijn automatisch.
Waterschap Vallei & Eem beheert 115 kilometer dijk.
Het werkgebied van waterschap Vallei & Eem beslaat een oppervlakte van 106.000 ha. Waarvan 770 ha uit water bestaat.
Waterschap Vallei & Eem beheert 2800 kilometer kleine watergangen (zoals bijvoorbeeld sloten).
Acht rioolwaterzuiveringsinstallaties zuiveren het afval water van 680.000 inwoners en van een groot aantal bedrijven.
De belastingaanslagen van Waterschap Vallei & Eem krijgt u vanaf 2008 van Tricijn Belastingen. Samen met de waterschappen Veluwe en Zuiderzeeland heeft Waterschap Vallei & Eem deze nieuwe organisatie opgericht om het innen van de belastingen nog goedkoper te maken.
De nutsbedrijven Vitens en Eneco zullen de aanslagen zuiveringsheffing en ingezetenenomslag ook in 2008 voor Waterschap Vallei & Eem blijven innen.
Voro al uw vragen, maar bijvoorbeeld ook voor het aanvragen van kwijtschelding, kunt u terecht bij Tricijn Belastingen.
De grenzen van de waterschappen zijn waterstaatkundig bepaald. Ze volgen de stroomgebiedgrenzen of de grenzen van de dijkringen.
In grote lijnen bepaalt de provincie het strategische (water)beleid, de waterschappen zijn er voor het daadwerkelijke waterbeheer; het operationele beheer. De provincie heeft dus een regiefunctie en houdt toezicht op de taakuitoefening van het waterschap.
Een ecologische verbindingszone is een natuurlijk verbinding tussen belangrijke, kwetsbare en bijzonder waardevolle natuurgebieden. Een ecologische verbindingszone is gunstig voor plant en dier. Ze maken nieuwe plantengroei mogelijk en stellen de dieren in staat zich beter te verplaatsen. Vooral diersoorten waarbij migratie noodzakelijk is om te overleven gaan erop vooruit.
Het ontbreken van ecologische verbindingen kan ertoe leiden dat bepaalde natuurgebieden met hun leefgemeenschappen geïsoleerd raken. Voor bepaalde diersoorten betekent dit een bedreiging in hun voortbestaan. Voornamelijk de marterachtigen (das, wezel, hermelijn), de kamsalamander, de ringslang en de snoek hebben baat bij een ecologische verbindingszone.
Bij een hevige regenbui stroomt in korte tijd veel water in het riool. Soms kan het riool deze grote hoeveelheid regenwater niet verwerken. Via een riooloverstort stroomt het teveel aan water dan in een watergang: "de overstortsloot". Omdat het regenwater in het riool vermengd is met afvalwater, is het water dat in de watergang komt vervuild. Om vervuiling van het oppervlaktewater en de waterbodem tegen te gaan, worden tegenwoordig vaak maatregelen genomen om het overstorten van afvalwater zo veel mogelijk te voorkomen.
Oppervlaktewater, het water in de sloten en kanalen, is de zorg van de waterschappen. De waterleidingbedrijven maken water geschikt voor drinkwater.
Diffuse bronnen zijn moeilijk aan te wijzen vervuilingsbronnen. Ze kunnen veroorzaakt worden door lucht-, bodem of waterverontreiniging. Voorbeelden van diffuse bronnen zijn: uit- en afspoeling van meststoffen, chemisch verduurzaamd hout in oeverbeschoeiingen of tuinafscheidingen, zinken dakgoten, regenpijpen, lood op daken, koperen of loden waterleidingen, chemische bestrijdingsmiddelen en onkruidbestrijders, uitlaatgassen, olie, benzine en rubber van autobanden.