Logo waterschap vallei & eem
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Bestuur en Organisatie > Bestuur > Agenda's en verslagen > Notulen Algemeen Bestuur 21 februari 2008

Notulen Algemeen Bestuur 21 februari 2008

Voorzitter
K. van de Langemheen (dijkgraaf)
Leden
Aanwezig:
A.E.T. de Bondt, J.G.M. van den Breemer, M.S. Brouwer, J. van Donselaar, W. van Driel, P. van Dronkelaar, J. van Gent, G.H. Hagelstein, J. van de Heg, J. Hendriks, C.A.M. Hilhorst,
G.G. Hilhorst, Th.A. Huurdeman, W. Huijgen, M.J.E. Kruijtzer, F. ter Maten, , L.J.M. Smeets, C.G.J. Tol-boom, D.J. Veldhuizen, G.G. Veldhuizen, L.M. Verhoeks, B.J. van Vreeswijk, B. van de Weerd, H.B. Westera, D. Wever,

Afwezig:
L.I. van Steenis en H. Wisserhof, M. Penning, D. Wouda en P. Zwaginga,

Secretaris
G.P. Dalhuisen
Notulist
G.J. Kuijk

1.  Opening


De dijkgraaf opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.

2.  Mededelingen

De dijkgraaf deelt mee:
- berichten van verhindering zijn ontvangen van heemraad Van Steenis (ziekte) en AB-lid Wisser-hof (wegens ernstige familie omstandigheden);
- mevrouw Keur, de vaste notuliste, wordt wegens ziekte vervangen door de heer Kuijk;
- de brief van de Algemene Waterschapspartij, die de AB-leden op hun tafel hebben aangetroffen, is ter kennisneming;
- Provinciale Staten van Gelderland en Utrecht hebben het nieuwe waterschapsreglement zoals  voorgesteld door Gedeputeerde Staten goedgekeurd, zodat de verkiezingen kunnen worden ge-houden;
- op 18 december a.s. zal een extra AB-vergadering worden gehouden om de geloofsbrieven van de gekozen leden te onderzoeken; op die datum zal dan tevens op een gepaste manier afscheid worden genomen van het huidige Algemeen Bestuur;
- het DB zal afscheid nemen tijdens een driedaagse bijeenkomst, waarvan de details nog zullen volgen. 

De secretaris meldt:
- Eveline de Kruijk is weer terug na haar operatie (voorlopig nog parttime, maar binnenkort weer fulltime);
- Patricia de Broekert is aangesteld als projectleidster communicatie verkiezingen 2008;
- de aangepaste Regeling Financieel Beheer, die voor het eerste kwartaal van 2008 was toege-zegd, is er nog niet. Het Waterschap is er klaar voor, maar de Unie van Waterschappen zal voor een aantal regelingen modellen maken, onder meer voor de Regeling Financieel Beheer. Het ziet ernaar uit dat het nog tot het vierde kwartaal van 2008 zal duren voordat de Unie de modellen ge-reed heeft. Het waterschap geeft er de voorkeur aan het model af te wachten.

3.  Conceptnotulen van de vergadering van 29 november 2007 en de actiepuntenlijst


Het Algemeen Bestuur stelt de notulen van de vergadering van 29 november 2007 ongewijzigd vast en neemt de actiepuntenlijst voor kennisgeving aan.

Naar aanleiding van:
- Stand van zaken met betrekking tot het convenant Verdrogingbestrijding; het is de dijkgraaf niet bekend of het convenant  ook conform het voorstel zal worden uitgevoerd. De besprekingen tussen de provincie Utrecht en LTO zijn nog gaande.
- Inzake de Oorsprongbeek en de problemen daar met een ontgraving bevestigt de dijkgraaf dat er vanuit het waterschap een brief is gezonden, waarvan de vraagsteller (de heer Van Driel) een kopie kan krijgen.

 
4. Informatieve bijeenkomsten Algemeen Bestuur 2008 (voorstel 2008/892)


 Desgevraagd zegt de dijkgraaf toe ervoor te zorgen dat het programma van 20 maart 2008 niet overladen zal zijn. Suggesties van leden van het Algemeen Bestuur voor de invulling van de excur-sie van 4 september a.s. zijn van harte welkom.

Het Algemeen Bestuur stemt in met het voorstel (2008/892) inzake informatieve bijeenkomsten Al-gemeen Bestuur.


   
5. AWB-commissie  (voorstel 2008/893)

Het is de categorie bedrijfsgebouwd opgevallen dat de drie leden van de AWB-commissie om leef-tijdsredenen en gelijktijdig zijn gestopt. Dat is niet handig voor de overdracht. Gepleit wordt voor een rooster van aftreden.

De dijkgraaf en de secretaris geven in hun reactie aan dat geschiktheid voor de functie en niet de leeftijd van de kandidaten een belangrijk selectiecriterium is geweest. De leden van de commissie treden conform de verordening tegelijk met het Algemeen Bestuur af. ‘Oude’ commissieleden zijn enigszins voortijdig vertrokken,maar dat veroorzaakt weinig problemen. De commissie treedt weinig op en de ondersteuning wordt verzorgd door het waterschap.

Het Algemeen Bestuur stemt in met het benoemingsvoorstel (2008/893).

 

6. Evaluatie Organisatieverordening (voorstel 2008/894)


De categorie gebouwd maakt een opmerking over de delegatie aan het Dagelijks Bestuur. Vastge-steld kan worden dat het Dagelijks Bestuur in de afgelopen jaren op een goede manier met die de-legatiebevoegdheid is omgegaan. De categorie wenst uitgesproken te zien dat dit ook in de komen-de tijd op dezelfde wijze plaatsvindt. De bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur zijn groot. Van het Dagelijks Bestuur wordt verwacht dat de zorgvuldige afweging wordt gemaakt hoe van die delega-tiebevoegdheid gebruik te maken.
Namens de categorie ingezetenen wordt opgemerkt dat in het evaluatierapport van de Organisatie-verordening Waterschap Vallei & Eem 2007 wordt vermeld dat mevrouw Brouwer en de heer Hagel-stein namens het Algemeen Bestuur opereerden. Dit is niet juist. Zij waren wel vanuit het Algemeen Bestuur maar op persoonlijke titel bij de besprekingen betrokken. Geconstateerd wordt dat alle op-merkingen die in de gesprekken naar voren zijn gebracht, op uitstekende wijze in het voorstel zijn verwerkt.

Dijkgraaf en Heemraden onderstrepen de opmerkingen van de categorie gebouwd en zeggen toe op gepaste wijze verantwoording te zullen afleggen aan het Algemeen Bestuur en eveneens op gepas-te wijze met de gedelegeerde bevoegdheden te zullen omgaan. De opmerkingen van de categorie ingezetenen zijn juist.

Het Algemeen Bestuur stemt in met het voorstel (2008/894).

 

7. Begrotingsvergelijking 2007 (voorstel 2008/895)


 De categorie ingezetenen stelt twee punten aan de orde:
- de lage score van het waterschap (25%) op de normen voor primaire waterkeringen; het lijkt alsof de veiligheid in het geding is;
- de eveneens lage score op samenwerking met gemeenten, terwijl toch juist die samenwerking het kapitaal voor de toekomst is.
Dijkgraaf en Heemraden melden dat het voor de laatste keer is dat de begrotingsvergelijking in deze vorm wordt gemaakt. Door allerlei verschuivingen zijn vergelijkingen niet steeds betrouwbaar.
Het percentage van 25 is oppervlakkig gesteld. De normen zijn in 2001 en 2006 vastgesteld en doordat in 2003/2004 werd besloten dat het Markermeer tot het buitenwater moet worden gerekend, werd daaraan weer een nieuwe normering gehangen. Tot die tijd voldeed het waterschap keurig aan de normering en daarna niet meer helemaal.
Uitgaande van een deugdelijke Grebbedijk kan worden gesteld dat het waterschap op dit moment middenin een dijkverbeteringstraject voor de resterende 75% zit. Het is de bedoeling dat in 2012 wel aan de norm wordt voldaan. De conclusie dat de situatie op dit moment niet veilig zou zijn, gaat te ver. Waar het om gaat is dat de dijken over een lengte van vele kilometers enkele decimeters ver-hoogd moeten worden om aan de norm te voldoen, maar nu ook al in behoorlijke mate veilig zijn.
Wat de samenwerking met andere gemeenten betreft: de dijkgraaf heeft regelmatig contact met alle gemeenten in het watergebied, maar slechts met 25% is daadwerkelijk een samenwerkingsover-eenkomst gesloten. In maart a.s. zal een platform worden opgericht dat vormen van samenwerking gaat onderzoeken. Waarin dat uitmondt, is nog niet te voorspellen.

De categorie ingezetenen vindt de uitspraak "de dijken zijn wel veilig, maar voldoen niet aan de normen" een vreemde uitspraak en vraagt een nadere toelichting. Kunnen voorbeelden worden ge-geven van resultaten en voordelen die contacten via samenwerkingsverbanden zouden kunnen op-leveren, gezien ook de tijd en de energie die in deze contacten moeten worden gestoken?

Dijkgraaf en Heemraden stellen dat het waterschap uiteraard aan de rijksnormering moet voldoen. Vandaar dat volop wordt gewerkt aan het dijkverbeteringtraject.
Over de samenwerking met de gemeenten kan nog worden gezegd dat al jarenlang waterplannen met de gemeenten worden gemaakt; er is veel bestuurlijk contact met de portefeuillehouders op ba-sis van wederzijds vertrouwen. Daarvoor zijn niet altijd handtekeningen nodig.

De categorie gebouwd is van mening dat het gebruik van het wiskundige begrip ‘mediaan’ (in plaats van ‘gemiddelde’) dit rapport voor veel lezers minder begrijpelijk maakt.

Aangezien er geen behoefte is aan verdere reacties, concludeert de dijkgraaf dat het Algemeen Be-stuur van mening is, dat afgezien van enkele punten die nog aandacht verdienen, de zaken op orde zijn en dat op de ingeslagen weg kan worden doorgegaan.

Het Algemeen Bestuur stemt in met het voorstel (2008/895).

8. Begroting 2008 HDSR m.b.t. muskusrattenbestrijding (voorstel 2008/896)


De categorie ingezetenen vraagt naar de uitkomst van het kort geding van 4 oktober 2007 dat de ondernemingsraad heeft ingesteld tegen de delegatie.
Dijkgraaf en Heemraden antwoorden dat de uitkomst zodanig is dat er geen belemmering meer is voor de delegatie.

Het Algemeen Bestuur gaat akkoord met het voorstel (2008/896).

9. Tarief en kostenontwikkeling 2000 t/m 2008 (voorstel 2008/897)


 Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel (2008/897).


 
10. Riooloverstorten (voorstel 2007/898)


 De categorie ingezetenen spreekt waardering uit voor het duidelijke en heldere memo. Is het moge-lijk waterschapsbreed een discussie te voeren over het verhogen van de ambitie tot het verminderen van het aantal riooloverstorten c.q. tot het verminderen van het aantal lozingen?

Dijkgraaf en Heemraden benadrukken dat er geen risicovolle overstorten meer zijn. Er wordt in veelgemeenten regenwater afgekoppeld waardoor het aantal overstortingen verminderd en in de nieuwe nieuwbouwwijken worden alleen nog gescheiden rioolsystemen aangelegd, waardoor daar geen overstorten nodig zijn en er dus ook niet bijkomen. Maar zolang er nog gemengde riolerings-systemen zijn, zullen er overstorten zijn. Het is een utopie om te denken dat alle overstorten de we-reld uit kunnen. Over vijf jaar zullen er nog steeds overstorten zijn, maar de buffercapaciteit wordt steeds beter en het aantal lozingen neemt daardoor af.

De categorie gebouwd zou graag zien dat het bestuur niet alleen zijn zorg zou uitspreken over riool-overstorten als bronnen van verontreiniging van oppervlaktewater, maar ook over andere vormen van verontreiniging, zoals fosfaat en andere chemische middelen.

Dijkgraaf en Heemraden zijn het hiermee eens, maar stellen dat dit het waterschap er niet van ont-slaat dat te doen wat het waterschap zelf in de hand heeft.

Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het memo (2008/897).

 

11. Inrichtingsbeelden en KRW (voorstel 2008/899)


 De categorie gebouwd beschouwt het onderwerp onder meer vanuit de agrarische invalshoek en is, door ervaring wijs geworden, pessimistisch: dikke pakken papier, veel doelstellingen, veel overleg, de provincie die aan allerlei lijntjes trekt. Op deze manier gaat het als met veel ambitieuze plannen: er komt te weinig van terecht. Gepleit wordt in de eerste plaats voor het creëren van draagvlak. Daarnaast zijn kortere lijnen nodig en minder instanties die zich ermee bemoeien. Dat vrijwilligheid vooropstaat, is een groot goed. De categorie gebouwd adviseert grondaankoop en kavelruil breed te zien.

De categorie ingezetenen betreurt het dat het Algemeen Bestuur de brief van de Wageningse Mili-eufederatie van 1 februari jl., gericht aan het Algemeen Bestuur, niet heeft ontvangen. Het is wellicht goed een postboek aan te leggen.
Een aantal AB-leden heeft als lid van de bestuurlijke klankbordgroep, het proces van dichtbij kunnen meemaken en is daar zeer tevreden over; complimenten in het bijzonder voor de ambtenaren die veel werk hebben verzet, zijn terecht. Ook het proces in het veld, in de regio’s, is over het algemeen genomen goed geweest. Veel mensen hebben de gelegenheid gehad aanwezig te zijn en te discus-siëren om aan de hand van de kaarten een goed beeld te krijgen van wat er staat te gebeuren. Er is een goede basis gelegd voor een succesvol vervolg. Nu is het zaak de niet geringe ambities te reali-seren. Daarvoor is het nodig om grond aan te kopen, maar dat doet het waterschap niet zelf en de manier waarop dat wel gebeurt, is dermate traag, dat kansen voorbijgaan, anderen sneller zijn en de ambities straks niet gehaald worden. Dat probleem moet worden opgelost en dat kan. Uit de ge-sprekken met agrariërs is gebleken dat zij bereid zijn mee te werken aan grondruil, zolang het maar in overleg gaat en als de persoon die met hen praat daadwerkelijk iets te bieden heeft en ter plekke acteren kan. De kansen moeten worden genomen op het moment dat ze er zijn.
In bijlage 6 worden maatregelen met een geringe effectiviteit genoemd. Kan worden toegelicht waarom sommige maatregelen op de ene plek welk effect hebben en op de ander niet?

De categorie gebouwd spreekt eveneens waardering uit voor de wijze waarop de plannen worden gepresenteerd en voor het feit dat leden van het Algemeen Bestuur in de klankbordgroep aan het proces konden deelnemen. Als de klankbordgroep nog doorgaat, is het goed over de samenstelling te praten, want ook andere AB-leden zouden als lid van die klankbordgroep de kans moeten krijgen dit leerzame proces mee te maken.
Binnen de categorie gebouwd is sprake van enige differentiatie met betrekking tot het ambitieniveau. Zo zijn er wat zorgen over de brede zones die in beslag worden genomen. De grootste zorg zit ech-ter in de uitvoerbaarheid, vanwege de ook al door de categorie ingezetenen uitgesproken problema-tiek van de grondverwerving. Het advies is: wees proactief, vind draagvlak, houd de lijnen kort en kijk vooral ook (naast aankopen) naar andere vormen en mogelijkheden van het beheren van gron-den..

De categorie ongebouwd sluit zich bij de vorige sprekers aan. Veel waarde wordt gehecht aan vrij-willigheid. Er dient zo veel mogelijk rekening te worden gehouden met de belangen van de eigena-ren. Het kan niet zo zijn dat de EVZ dwars door een bouwperceel of een bouwkavel heen gaat. Ge-wezen wordt op het aspect van het in gevaar komen van de milieuvergunning. Het waterschap moet zich er sterk voor maken dat de EVZ niet wordt aangemerkt als nieuwe natuur.
Afsluitend wordt aangegeven dat wachten met de uitvoering ertoe leidt dat er minder grond gekocht kan worden.

Ook de categorie bedrijfsgebouwd is van mening dat de pragmatische aanpak die nu voorligt een compliment verdient. Enkele weken geleden heeft de gedeputeerde van de provincie Utrecht in Veenendaal toegezegd dat zuidelijk van Veenendaal een nieuwe slaperdijk zal worden aangelegd. De bewoners van Veenendaal zijn daar zeer positief over omdat daarmee het overstromingsgevaar enorm zou worden verminderd. Wat kan de invloed van de aanleg van die nieuwe dijk zijn op het-geen nu voorligt over het Binnenveld.

Ook de categorie ongebouwd benadrukt dat slagvaardigheid richting de boeren gewenst is. Wat nu dreigt te gebeuren is dat het waterschap en anderen eerst gaan beslissen wat er gaat gebeuren en dan pas met de boeren gaan praten. Dat is een verkeerde volgorde die kennelijk voortkomt uit een tijd dat er nog maar weinig boerenmee te maken hadden en uit een onderschatting van de mede-werking die de grondeigenaren zullen willen verlenen. Advies: “Zorg dat je de financiering rond hebt, want anders kun je niet handelen.”


In de beantwoording stellen Dijkgraaf en Heemraden blij te zijn met de complimenten vanuit het Al-gemeen Bestuur. Deze zullen worden doorgeleid naar betrokken medewerkers.
De Kaderrichtlijn Water wordt uitgevoerd in tranches van elk ongeveer zes jaar. Tegen het einde van een tranche wordt geëvalueerd en vooral gekeken naar wat in de volgende tranche kan worden ver-beterd. Het nemen van maatregelen moet leiden tot het realiseren van de gestelde doelen. Door het ministerie wordt het waterschap vooral afgerekend op het uitvoeren van de afgegeven maatregelen en niet in de eerste plaats op het tijdig realiseren van de doelen. Als dus aanvullende maatregelen nodig zijn, kan dat betekenen dat de doelrealisatie wordt opgerekt.
Dijkgraaf en Heemraden gaan met name in op de twee hoofdthema’s die naar voren zijn gebracht: het ambitieniveau van de doelen en de zorgen om de realiseerbaarheid van de maatregelen.
De een vindt het ambitieniveau te laag, de ander te hoog. Dijkgraaf en Heemraden vinden het nu af-gegeven niveau evenwichtig en realiseerbaar, mits iedereen de schouders eronder wil zetten.
Met betrekking tot de realiseerbaarheid zijn er drie probleemgebieden:
- Hoe groot zijn de effecten op doelniveau van de maatregelen die zullen worden genomen? Dat is niet met zekerheid te zeggen, want de natuur laat zich nooit helemaal dwingen.
- Zijn er voldoende financiële middelen? De uitgaven zijn zodanig gedekt, dat de financiën eigenlijk geen item zijn.
- Is er voldoende grond beschikbaar? Veel sprekers hebben niet ten onrechte stilgestaan bij dat laatste punt: de beschikbaarheid van grond. Het is duidelijk: de provincie is verantwoordelijk voor de aankoop van de grond. De aankoopprocedure is lastig. Agrariërs willen meewerken als je hen maar voldoende financieel of op andere wijze (bijvoorbeeld grondruil) kunt compenseren. Het Dagelijks Bestuur heeft tegen de provincies gezegd voor de realisatie van de plannen te willen gaan, maar dan moeten de provincies zich ook inzetten. Aan de andere kant blijft vrijwilligheid vooropstaan. Er zullen altijd individuele gevallen blijven die zeggen: ik doe niet mee. Om te voor-komen dat daardoor onhaalbare doelstellingen worden opgelegd, is gesteld dat een deel van de grondverwerving ook na 2015 mag plaatsvinden. Daar komt nog bij dat er achter de schermen hard wordt gewerkt aan een structuur voor de stroomlijning van de grondverwerving. Daarover zal de komende periode uiteindelijk wel een en ander naar buiten komen.
Er is inderdaad sprake van een spanningsveld: de betrokken agrariërs worden zo veel mogelijk meegenomen in het proces en voorgelicht, maar het waterschap komt met de onaangename bood-schap: er is grond van de agrariër nodig. Veelal is er dan protest. Dreigen met onteigening zal niet gebeuren, omdat het effect daarvan averechts zal zijn. Er moet met mensen worden gesproken; daarmee wordt draagvlak gecreëerd.

Op de opmerking van de categorie ongebouwd over het gevaar van het aanmerken van EVZ’s als nieuwe natuur, geven Dijkgraaf en Heemraden aan dat er geen effecten zijn voor de bedrijfsvoe-ringmogelijkheden van bestaande bedrijven, maar dat er wel aandacht moet zijn voor de Natura 2000, aangezien die alle andere zaken kan overrulen.
Op de vraag van de categorie bedrijfsgebouwd naar het effect van de nieuwe slaperdijk op het Bin-nenveld antwoorden Dijkgraaf en Heemraden dat het effect groot zal zijn als die kering er zal ko-men.

De secretaris gaat in op de opmerkingen van de categorie ingezetenen over de niet door het Alge-meen Bestuur ontvangen brief. Brieven voor het Algemeen Bestuur gaan via het DB naar het Alge-meen Bestuur. Deze brief kwam op 5 februari jl. binnen, terwijl op 7 februari jl. het overleg binnen D&H over de inrichtingsbeelden plaatsvond. Er was geen tijd om de brief voorafgaand aan dat over-leg ordentelijk te behandelen. De secretaris zou de brief heden hebben gemeld, indien er niet om was gevraagd. De brief is een informele reactie en heeft geen betrekking op de formele inspraak-procedure. Het voorstel is de brief door Dijkgraaf en Heemraden te laten beantwoorden en afschrif-ten van brief en antwoord aan het Algemeen Bestuur te sturen.

De categorie ongebouwd gaat nog in op de problematiek van milieuvergunning en nieuwe natuur. Er zouden geen effecten zijn voor de bedrijfsvoering. De een zegt wel, de ander niet. Aangedrongen wordt op duidelijkheid.

De categorie ingezetenen is van mening dat het gebruikelijke instrumentarium voor het realiseren van de ambities – en dan met name voor de grondverwerving – niet voldoende is en versterkt moet worden. Er moet een heroverweging komen voor de manier waarop de doelen wel gehaald kunnen worden, want ervaringen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Waarom kan alleen de provincie en niet ook het waterschap aan kavelruil doen? In de beantwoording wordt het ant-woord op de vraag over bijlage 6 gemist.

De categorie ongebouwd komt terug op de mededeling dat achter de schermen wordt gewerkt aan stroomlijning van de grondverwerving en hoopt dat dit niet op ‘konkelen’ uitdraait.

De categorie ingezetenen noemt het antwoord van de secretaris over de brief van 5 februari jl. ma-ger. Een brief die op die datum binnenkwam en gaat over het onderwerp dat in deze vergadering wordt behandeld, had moeten worden toegezonden (desnoods met de aantekening dat er nog geen antwoord op is gegeven).
Gemist wordt een reactie op de vraag over bijlage 6 (waarom hebben sommige maatregelen op de ene plek in het plan blijkbaar wel effect, maar op de andere niet). Dijkgraaf en Heemraden hebben in de beantwoording aangegeven dat  ze tegen de provincie hebben gezegd zich vooral in te zetten. Wat is dat zeggen waard? Waarom geen afspraken maken? Het Algemeen Bestuur beloven dat er van het overleg achter de schermen nog wel iets naar buiten zal komen, is niet voldoende. Het Al-gemeen Bestuur wil geïnformeerd worden, want over dit onderwerp is zoveel gezegd, dat daaraan meer aandacht mag worden besteed.

Dijkgraaf en Heemraden lichten toe dat met ‘het overleg achter de schermen’ wordt bedoeld dat op dit moment volop overleg plaatsvindt (beter is te spreken van ‘onderhandelingen’) met alle betrok-ken instanties, zoals de provincie Utrecht, over de manier waarop de uitvoering in een organisatie-structuur kan worden neergezet die efficiënt kan opereren en recht doet aan de verantwoordelijkhe-den die alle partijen hebben. Doel van het waterschap is tot afspraken te komen waarin ook zaken als zo veel mogelijk instrumenten inzetten, korte lijnen, praten aan de keukentafel en dergelijke een plaats krijgen. Waarin dat uitmondt, is nog niet te zeggen en daarop sloeg de uitdrukking, dat daar-van wel iets naar buiten zal komen. Het Algemeen Bestuur zal, zodra de lijnen bekend zijn, worden geïnformeerd.
Bijlage 6: dat bepaalde maatregelen wel en andere geen of minder effect hebben, hangt samen met de karakteristiek van het gebied. In de afgelopen jaren is een gedegen analyse gemaakt van het ef-fect van maatregelen. Voor voorbeelden wordt verwezen naar het BEZEM-project. Het waterschap richt zich nu vooral op de meest effectieve maatregelen (zoals meer breedte geven aan het water) en kan in een later stadium – na 2015 – altijd andere maatregelen toevoegen.
De brief uit Wageningen zal worden beantwoord en brief en antwoord zullen de volgende keer uit-gereikt worden, waardoor het Algemeen Bestuur de gelegenheid heeft daarop te reageren.

De dijkgraaf vraagt of zijn conclusie dat het Algemeen Bestuur instemt met hetgeen voorligt en dat dit agendapunt naar genoegen behandeld is, juist is. Dit wordt bevestigd.

Het Algemeen Bestuur gaat akkoord met het voorstel (2008/899).


12. Ingekomen stukken


12.a Benoeming stembureau - (D&H voorstel 2007/6265)
 Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel Benoeming stembureau.

12.b Samenwerking Waterschappen – Veiligheidsregio Utrecht (D&H voorstel 2007/6266)
 Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel Samenwerking Waterschappen - Veiligheids-regio Utrecht.

12.c Evaluatie Waterbeheersplan 2004-2007 – memo 2008/900
 Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel Evaluatie Waterbeheersplan 2004-2007.

12.d GGOR Natura 2000-gebieden – voorstel 2008/901
 De categorie gebouwd vraagt wat er met de andere gebieden gaat gebeuren. Tevens wordt het ver-zoek gedaan er alles aan te doen om een oplossing voor de verdrogingsproblematiek op gang te brengen, aangezien de maatregelen die men nu in gedachten heeft niet tot een oplossing leiden.

Dijkgraaf en Heemraden hebben, onder meer naar de provincies, hun zorgen uitgesproken en ook gevraagd of men wel voldoende rekening houdt met realisme en haalbaarheid van doelen. De eisen en doelen voor het halen van Natura 2000 blijken keihard te zijn. Het waterschap wil op korte termijn overleggen met de partners over haalbaarheid van doelen in relatie tot de mogelijkheden van maat-regelen.

Het Algemeen Bestuur neemt kennis van de informatie.

12.e Beleidsregels verondiepen waterplassen - memo 2008/902
 De categorie bedrijfsgebouwd vraagt wat bij het verondiepen de minimale diepte is die over moet blijven.
De categorie gebouwd wil horen of bij het verondiepen van het Mobagat (waarvoor de planvorming al geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden), het oude regiem nog geldt of de nieuwe regels van toepassing zijn.

Dijkgraaf en Heemraden antwoorden dat het verondiepen van wateren niet de verantwoordelijkheid van het waterschap is. Het waterschap gaat over de waterkwaliteit en ziet toe op wat er in het water wordt gegooid, teneinde te voorkomen dat de waterkwaliteit wordt verstoord. Met de beleidsregels in de hand kan nu een goede controle worden uitgeoefend. Dat geldt ook voor het Mobagat. De secre-taris voegt toe dat  er volgens hem geen algemene minimale waterdiepten gelden en dat het  vol-gens hem ook geen zin heeft om in algemene beleidsregels minimumdiepten op te nemen. Regels stellen zal sterk situatiegebonden zijn, denk aan de water af- en water aanvoercapaciteit. Mocht het anders zijn, dan zal dat in het verslag worden opgenomen.

De categorie ongebouwd vraagt of er, naast het waterschap, nog andere instanties zijn die beslis-singen nemen over waterdiepte, zoals Rijkswaterstaat of provincie.

De categorie ingezetenen stelt dat er met betrekking tot het Mobagat weinig draagvlak is in de om-geving. Er wordt grond in gegooid die er niet in thuishoort. Men wijst met de vinger naar het water-schap. Het waterschap moet via een publicatie duidelijk maken dat dit niet het werk is van het wa-terschap en dat het waterschap dit niet goedkeurt.
De categorie ingezetenen heeft uit de notitie begrepen dat het gaat om het verondiepen in het kader van een maatschappelijk noodzakelijke toepassing. Dat zou kunnen zijn de verbetering van de wa-terkwaliteit en niet het storten van grond die iemand over heeft. Om het (ecologische) karakter van plassen te kunnen behouden, is de diepte wel degelijk van belang. De categorie ingezetenen ziet hierin een rol van de waterschappen en kan deze beleidsregels niet volgen.

Dijkgraaf en Heemraden hebben geen antwoord op de vraag van de categorie ongebouwd naar an-dere partijen die zich bezighouden met waterdiepte. Het Rijk had in ieder geval de intentie met het nieuwe Besluit bodemkwaliteit om minder overheidsbemoeienis te realiseren.
Naar aanleiding van de wens van de categorie ingezetenen om waterplassen op diepte te houden en de rol hierin van het waterschap, kan slechts worden gezegd dat waterschappen niet zoveel mo-gelijkheden hebben. Daarvoor wordt verwezen naar hetgeen hierover geschreven wordt in het voor-stel.
Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel Beleidsregels verondiepen waterplassen.

12.f Heroverweging DMK-contract – voorstel 2008/903

 Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel Heroverweging DMK contract.

12.g Buitenlandbeleid (D&H voorstel 2007/6866)
 De categorie gebouwd is van mening dat uit de notitie en het daarin genoemde bedrag van € 20.000,00 per jaar een laag ambitieniveau blijkt waar het gaat om contacten met en in het buiten-land. Die contacten kunnen voor het waterschap nuttig zijn. Er zijn diverse waterschappen, waaron-der Rivierenland, die buitenlandse contacten hebben.

Dijkgraaf en Heemraden geven toe dat er sprake is van een laag ambitieniveau, maar dat komt om-dat zij van mening zijn dat hun taak hier ligt en niet in het buitenland. Individuele medewerkers kun-nen overigens altijd kennis in het buitenland halen. Daar komt nog bij dat dit soort activiteiten wordt betaald uit belastinggeld en daarmee wil men zorgvuldig omgaan.

Op de vraag van de categorie ingezetenen of het waterschap bij het tekenen van het Akkoord van Schokland in juli 2007 resultaat verplichtingen op zich heeft genomen, antwoorden Dijkgraaf en Heemraden ontkennend. Het akkoord is namens de waterschappen getekend door de Unie van Wa-terschappen en sindsdien wordt dat akkoord door de diverse waterschappen zeer verschillend geïn-terpreteerd en uitgevoerd. Via de commissie Buitenland van de Unie beijvert het waterschap zich om daarin tot enige uniformiteit te komen.
Dijkgraaf en Heemraden zijn van mening dat het Algemeen Bestuur moet aangeven of het ambitie-niveau met betrekking tot buitenlandactiviteiten moet worden verhoogd.

De categorie gebouwd blijft van mening dat het ambitieniveau te laag is en vermoedt dat veel AB-leden de notitie niet (goed) gelezen hebben. Hij stelt voor de notitie op de agenda van de volgende vergadering te zetten.

Dit wordt door de dijkgraaf toegezegd.

Het Algemeen Bestuur besluit het voorstel voor de volgende AB vergadering te agenderen.

12.h Evaluatie Schouw Waterkeringen 2007 – Voorstel 2008/904
 Het Algemeen Bestuur neemt kennis van het voorstel Evaluatie Schouw Waterkeringen 2007.

 

13. Rondvraag


De heer K. Hilhorst meldt dat hij de stukken voor deze vergadering een dag van tevoren heeft ont-vangen. De secretaris antwoordt dat hij dat vervelend vindt maar dat alle stukken tegelijk en  tijdig zijn verzonden.
De heer Van Gent zegt dat hij de stukken op 15 februari jl. heeft ontvangen. Hij vindt dat te laat voor een goede voorbereiding.

De heer Van de Heg doet de oproep om de KGBI in Stroe zo veel mogelijk kalvergier te laten ver-werken en vraagt hoe het staat met de rechtszaak.
Dijkgraaf en Heemraden antwoorden dat er nog geen uitspraak is. Het geschil gaat er in essentie om dat de KGBI aanmerkelijk meer afvalwater met een hogere concentratie nitraat op het riool en dus de zuivering Ede wil lozen dat deze zuivering aankan.  Er wordt thans zorgvuldig gekeken welke vergunningseisen reëel zijn.

De heer Huurdeman vraagt naar de notitie over de Eemgelden en vraagt hoe het staat met de bouw van de loods in het Kleine Gat.
Dijkgraaf en Heemraden: de notitie komt er aan. Met de afwerking van de bouw van de loods wordt, ter voorkoming van extra kosten, gewacht totdat het drogere seizoen is aangebroken.

De heer Hagelstein is bij een voorlichtingsbijeenkomst van de provincie Utrecht geweest over de Slaperdijk en een studie voor een nieuwe Slaperdijk tussen Veenendaal en de Grebbedijk. Het ver-baasde hem dat het bestuur van het waterschap niet aanwezig was. Hij vraagt wat het bestuurlijke standpunt is. Hij is van mening dat het geld van de provincie beter in de grondverwerving EVZ’s  kan worden gestoken dan in het project dat de provincie nu voorstelt. Dijkgraaf en Heemraden zijn het met dit laatste eens. Het waterschap was zeer verbaasd over deze bijeenkomst, waar een gedepu-teerde en de burgemeester van Veenendaal aanwezig waren. Het waterschap was bestuurlijk niet uitgenodigd. De bijeenkomst zou een ambtelijke voorlichtingsbijeenkomst zijn voor inwoners van Veenendaal over de status van de Slaperdijk als tweede (compartimenterings) waterkering. Over deze status en de effecten van de Slaperdijk bij doorbraak van de Grebbedijk bestaat nl. veel ondui-delijkheid bij de bevolking. De bijeenkomst was georganiseerd vanwege de vaststelling van de pro-vinciale verordening die de regionale waterkeringen aanwijst en de bijbehorende veiligheidsnormen vaststelt. In de Provinciale Staten van Utrecht is bij behandeling van deze verordening echter ook een motie aanvaard waarin G.S. opgedragen wordt onderzoek te doen naar de aanleg van een tweede (compartimerings) waterkering ten zuiden van Veenendaal zodat ook Veenendaal daardoor beschermd wordt bij doorbraak van de Grebbedijk. De gedeputeerde kwam tijdens de bijeenkomst vertellen dat hij daarmee aan het werk gaat. Daarbij is kennelijk vergeten dat de verantwoordelijk-heid voor het aanleggen van dijken bij het waterschap ligt en niet bij de provincie.
De heer Hagelstein hoopt dat Dijkgraaf en Heemraden dit de provincie ook op deze duidelijke wijze zullen mededelen. De dijkgraaf bevestigt dat dit al is gebeurd.

 

14. Sluiting


De dijkgraaf zegt eenieder dank voor de aanwezigheid en sluit de vergadering.

 

Paginafuncties

Logo waterschap vallei & eem
Naar boven