Logo waterschap vallei & eem
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Loket > Regelgeving > Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem

Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem

(geconsolideerde versie, geldend vanaf 1-1-2009)

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Waterschap Vallei & Eem
Officiële naam regeling Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van het waterschap Vallei en Eem
Citeertitel Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem
Vastgesteld door algemeen bestuur
Onderwerp bestuur en recht; bestuur – waterschappen

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Vervangt het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van  Waterschap Vallei & Eem 1997

:
: AD/Amersfoortse Courant 10-12-2008

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Geen

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk voorstel

1-1-2009

nieuwe regeling

27-11-2008

AD/Amersfoortse Courant 10-12-2008

2008-6378

7-1-1997

1-1-1997

nieuwe regeling

27-11-2008

Gelders Dagblad, 11-01-1997

1/1997-07.51

Waterschap Vallei en Eem

 

 

Besluit tot vaststelling van het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem

_________________________________________________________________________________

 

Het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem;

Gelezen het voorstel van Dijkgraaf en Heemraden van 6 november 2008;

Gelet op artikel 8 van het Reglement voor het waterschap Vallei en Eem;

 

B E S L U I T :

vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

Algemeen bestuur:      het algemeen bestuur van Waterschap Vallei & Eem

Dagelijks bestuur:       het college van Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Vallei & Eem

Voorzitter:                  de dijkgraaf van Waterschap Vallei & Eem

Secretaris:                 de secretaris van Waterschap Vallei & Eem

Lid:                            het lid van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei & Eem

Amendement:             voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen

Subamendement         voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, nar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft

Motie:                        korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp, waarop het betrekking heeft

Voorstel van orde:       voorstel betreffende de orde van de vergadering

Initiatiefvoorstel:          een voorstel voor een verordening of een ander voorstel

Interpellatie:                een verzoek om inlichtingen aan het dagelijks bestuur of een lid daarvan betreffende het door het dagelijks bestuur of dat lid gevoerde bestuur

 

Artikel 2 Voorzitter

 

1.  De voorzitter is belast met:

     a.  het leiden van de vergadering;

     c.  het handhaven van de orde;

     c   het doen naleven van het reglement van orde;

     d.  wat de wet of dit reglement hem verder nog opdraagt.

2.  Hij verleent het woord, omschrijft de door het algemeen bestuur te nemen beslissingen en deelt de uitslag van stemmingen mee.

Artikel 3 De directie

De directie woont de vergaderingen bij en geeft desgevraagd toelichting op aan de orde zijnde

onderwerpen.

Hoofdstuk 2 Vergaderingen

 


Paragraaf 1 Tijdstip vergaderen en voorbereidingen

 

Artikel 4      Vergaderingen

1.  Ieder jaar stelt het algemeen bestuur een vergaderschema voor het volgende kalenderjaar vast.

2.  De voorzitter bepaalt met inachtneming hiervan dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

3.  Het algemeen bestuur vergadert voorts indien de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of indien tenminste één derde van het aantal leden daarom schriftelijk en met opgave van redenen verzoekt.

Artikel 5 Oproep

1.  De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering, spoedeisende vergaderingen uitgezonderd, de leden van het algemeen bestuur een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering en de te behandelen agenda.

2.  De oproepingsbrief vermeldt de onderwerpen die in de vergadering behandeld zullen worden in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld.

Artikel 6 Agenda

1.  De aan het algemeen bestuur gerichte voorstellen van het dagelijks bestuur, alsmede een lijst van ingekomen stukken met een korte omschrijving van de inhoud van de ingekomen stukken en een voorstel van het dagelijks bestuur omtrent de afdoening ervan, en eventuele andere stukken, worden zo mogelijk tegelijk met de agenda verzonden, doch uiterlijk zeven dagen voor de desbetreffende vergadering.

2.  De agenda met bijbehorende stukken, met uitzondering van de in artikel 37, tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproeping op het secretariaat ter inzage gelegd.

Artikel 7 Openbare kennisgeving

1.  De vergadering wordt door aankondiging in een of meer dag-,nieuws- of huis aan huisbladen, alsmede op de internetsite van het waterschap ter openbare kennis gebracht.

2.  De openbare kennisgeving vermeldt:

a.    de datum, de aanvangstijd en plaats alsmede de agenda van de vergadering;

b.    de wijze waarop en de plaats waar de agenda en de daarbij behorende voorstellen kunnen

     worden ingezien;

c.  de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht.

Paragraaf 2 Orde van de vergadering

Artikel 8 Presentielijst/ verhindering

1.  Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst.

2.  Een lid, dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, geeft daarvan zo mogelijk voor de aanvang van de vergadering kennis aan de voorzitter.

3.  Een lid, dat voor het sluiten de vergadering verlaat geeft daarvan zo tijdig mogelijk kennis aan de voorzitter.

4. Aan het einde van de vergadering wordt de presentielijst gesloten en door de voorzitter ondertekend.

Artikel 9 Zitplaatsen

1.  De leden hebben in de vergaderzaal een vaste zitplaats, die hen de voorzitter bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van het algemeen bestuur en voorts na de toelating van een nieuw lid wordt aangewezen.

2.  Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien.

Artikel 10 Opening vergadering; quorum

1.  De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

2.  Wanneer een half uur na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, deelt de voorzitter, nadat hij de namen van de afwezige leden heeft voorgelezen, mee dat de vergadering niet wordt geopend.

3.  Indien ingevolge het tweede lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering. Tussen het bezorgen van de oproep en het tijdstip van die vergadering moeten tenminste vierentwintig uur zijn gelegen.

4.  Deze vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal leden, dat is opgekomen.

     Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het derde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien

     blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 11 Notulen

1. Van elke vergadering worden notulen opgemaakt. De notulen bevatten:

     a.  de namen van de voorzitter, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede de namen van de leden die met of zonder kennisgeving afwezig waren;

     b.  de vermelding van de ingekomen stukken, mededelingen, voorstellen en hetgeen door het algemeen bestuur is besloten, onder vermelding van de namen van de leden die aantekening hebben verzocht dat zij geacht wensen te worden tegen het voorstel te hebben gestemd;

     c.  de uitkomst van de stemmingen en, voor wat mondelinge hoofdelijke stemmingen betreft, de namen van hen die voor en tegen stemden;

     d.  een beknopte weergave van wat in de vergadering is gezegd; met toestemming van de voorzitter worden aan deze weergave toegevoegd de gegevens, welke door een lid als toelichting bij het door hem gesprokene zijn gebruikt.

2.  De notulen worden opgesteld onder de zorg van de secretaris.

3.  Na de opening van de volgende vergadering worden de notulen aan het algemeen bestuur ter vaststel­ling voorgelegd.

4.  Zijn de notulen vastgesteld, dan worden zij door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

5.  Indien de notulen aanleiding geven tot op- of aanmerkingen, legt de voorzitter deze aan het algemeen bestuur voor, die beslist of de op- of aanmerkingen gegrond zijn.

6.  Indien het algemeen bestuur de op- of aanmerkingen als gegrond erkent, worden de wijzigingen aangebracht door deze op te nemen in de notulen van de vergadering, waarin het besluit wordt genomen.

 

Artikel 12 Ingekomen stukken

Na de behandeling van de notulen doet de voorzitter een korte opgaaf van alle voor de vergadering ingekomen stukken, voor zover deze niet reeds op een lijst bij de agenda zijn opgenomen en doet hij, namens het dagelijks bestuur, voorstellen omtrent de afdoening.

Artikel 13 Spreekregels

1.  Een lid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

2.  De voorzitter verleent het woord in een door hem te bepalen volgorde.

3.  De leden spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter en via deze tot anderen.

4.  Bij bijzondere omstandigheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken.

5.  Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter regels stellen omtrent de spreektijd van leden.

Artikel 14 Spreektermijnen

1.  Een lid krijgt niet meer dan twee maal de gelegenheid over eenzelfde aangelegenheid, onderdeel of artikel te spreken. Het indienen van een initiatiefvoorstel, een amendement en een motie schept, behalve voor de indiener, geen nieuwe spreektermijn.

2.  Van het bepaalde in het eerste lid kan de voorzitter, gehoord het algemeen bestuur, afwijken.

3.  Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor de ondertekenaar van een motie, amendement of een initiatiefvoorstel, die met de verdediging daarvan is belast.

Artikel 15 Orde van behandeling

 

1.  De behandeling van de onderwerpen gebeurt in de volgorde, die de agenda aangeeft.

2.  Het algemeen bestuur kan besluiten van de in het eerste lid bedoelde volgorde af te wijken.

3.  Onderwerpen, die niet op de agenda zijn vermeld, kunnen op voorstel van de voorzitter onmiddellijk in behandeling worden genomen, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.

Artikel 16 Handhaving orde

1.  De voorzitter kan de vergadering ter handhaving van de orde voor een door hem te bepalen tijd schorsen en deze, indien de orde na de heropening opnieuw wordt verstoord, sluiten.

2.  Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, behoudens door de voorzitter om hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren.

3.  Interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter beslist dat de spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden.

4.  Indien een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp dat in behandeling is, dan wel de orde verstoort, roept de voorzitter hem tot de orde. Indien het lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin dit plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

5. De voorzitter kan het algemeen bestuur voorstellen een lid dat door zijn gedragingen de goede gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming hiervan verlaat het lid onmiddellijk de vergadering; zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

 

Artikel 17 Deelname aan de beraadslaging door anderen

 

1.  De voorzitter kan, met instemming van het algemeen bestuur, in de vergadering het woord verlenen

     aan andere ambtenaren dan de directie of andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende personen.

2.  Op degene die op grond van dit artikel deelneemt aan de beraadslaging zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Artikel 18 Einde beraadslaging

1.  Indien de voorzitter oordeelt, dat een zaak genoegzaam is toegelicht, stelt hij sluiting van de  beraadslaging voor.

2.  Een zodanig voorstel kan ook door een van de leden worden gedaan, mits deze door twee andere leden wordt ondersteund.

3.  In beide gevallen nemen de leden zonder beraadslaging een beslissing.

Artikel 19 Spreekrecht van toehoorders

1.  Toehoorders bij een openbare vergadering van het algemeen bestuur hebben het recht om voorafgaande aan de vergadering over een van de op de agenda opgenomen onderwerpen het

     woord te voeren.

2.  Indien een toehoorder over een of meerdere op de agenda opgenomen onderwerp(en) het woord wenst te voeren, dient hij dit uiterlijk de dag voorafgaande aan de vergadering te melden bij de secretaris.

3.  Per persoon geldt een maximale spreektijd van 5 minuten per onderwerp.

Artikel 20 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslagingen en voor dat tot stemming wordt overgegaan heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen

Artikel 21 Beslissing

1.  Nadat de beraadslaging over een voorstel is gesloten wordt het door de voorzitter in stemming gebracht.

2.  Over zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, tenzij door geen der leden stemming wordt gevraagd. Indien een lid hoofdelijke stemming vraagt, wordt hoofdelijk gestemd.

3.  Indien over een zaak geen hoofdelijke stemming plaatsvindt, wordt het voorstel geacht met algemene stemmen te zijn aangenomen, tenzij een of meer leden aantekening in de notulen verzoeken, dat zij geacht willen worden tegen het voorstel of een deel ervan te hebben gestemd.

4.  Bij het stemmen voor benoemingen, aanwijzingen, voordrachten of aanbevelingen van personen wordt gestemd bij toegevouwen en ongetekende briefjes

Artikel 22 Stemverboden

1.  Een lid onthoudt zich van stemming over aangelegenheden die hem, rechtstreeks of middellijk, persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.

2.  Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan een stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.

3.  Een benoeming, aanwijzing of plaatsing op een voordracht of aanbeveling gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot die personen, tot welke de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

4.  Het eerste lid is niet van toepassing bij de beslissing betreffende de geloofsbrieven van de na periodieke verkiezing gekozen en benoemde leden.

Artikel 23 Volgorde stemmingen

1.  Indien met betrekking tot enig onderwerp moties of met betrekking tot enig voostel,

     (sub-)amendementen zijn ingediend, wordt gestemd met inachtneming van onderstaande volgorde:

     a.  subamendement(en); het subamendement van de verste strekking wordt het eerst in stemming gebracht; bij verschil van gevoelen daaromtrent beslist de voorzitter;

     b.  amendement(en); ten aanzien van de volgorde van de stemmingen over amendementen is het onder a bepaalde van toepassing;

     c.  motie(s); ten aanzien van de volgorde van de stemmingen over moties is het onder a bepaalde van toepassing;

     d.  voorstel.

2.  Op de stemming over een (sub-)amendement of motie is artikel 21, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 24 Meerderheid van stemmen

1.  Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

2.  Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen worden leden, die blanco briefjes ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit artikel geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

Artikel 25 Nietigheid van een stemming

1.  Een stemming is nietig, indien niet tenminste de helft van het aantal leden, dat aanwezig is, uitgezonderd de leden, die zich van stemmen moeten onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.

2.  Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen worden leden die blanco briefjes hebben ingeleverd voor de toepassing van dit artikel geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.

Artikel 26 Geldigheid van een stemming in een volgende vergadering

In afwijking van het bepaalde in het vorige artikel is een stemming geldig ongeacht het aantal leden, dat er aan heeft deelgenomen ingeval dat:

a.  opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van

     een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van het vorige artikel nietig was;

b.  in een vergadering als bedoeld in artikel 10, derde lid, voor zover het onderwerpen betreffen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 10, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

Artikel 27 Stemmen over zaken

1.  Ieder ter vergadering aanwezig lid dat aan de stemming mag deelnemen is verplicht zijn stem uit te brengen.

2.  Staken de stemmen in een onvoltallige vergadering, dan wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.

3.  Staken de stemmen in een voltallige vergadering of in een ingevolge het eerste lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

4.  Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle zitting hebbende leden die aan de stemming mogen deelnemen, een stem hebben uitgebracht.

5.  Indien de stemmen staken bij de stemming over een voorstel van orde, is het voorstel niet

     aangenomen.

6.  De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor        en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens melding van het genomen besluit.                                                                                   De                                                                                                                                                                               De                                                                                                                                                                               

7.  In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen dat zij geacht willen worden tegen een genomen besluit te hebben gestemd of dat zij op grond van een stemverbod niet aan de stemming hebben deelgenomen.

Artikel 28 Hoofdelijke stemming

 

1.  Indien hoofdelijke stemming wordt gevraagd, deelt de voorzitter mee bij welk lid de stemming aanvangt. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. De stemming begint bij het lid wiens naam achter het volgnummer is vermeld. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Wordt de vergadering voorgezeten door een lid van het dagelijks bestuur, dan brengt dit lid het laatst zijn stem uit.

2.  De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen of verzoekt de secretaris dit te doen.

3.  Ieder lid, behoudens het lid die zich van stemming moet onthouden, is verplicht bij een mondeling stemming zijn stem uit te brengen met een duidelijk “voor” of “tegen”, zonder enige bijvoeging.

4.  Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft dan wel, indien hij als laatste stemde, totdat de voorzitter de uitslag van de stemming meedeelt. Bemerkt hij zijn vergissing eerst later, dan kan hij na afloop van de stemming aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt die echter geen wijziging.

Artikel 29 Stemmen over personen

1.  Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.

2.  Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan dat van de aanwezige leden, voor zover deze zich niet van stemming dienen te onthouden. Is dat niet het geval dan worden de stembriefjes ongeopend vernietigd en wordt een nieuwe stemming gehouden.

3.  De inhoud van elk stembriefje wordt door één van de leden van het stembureau duidelijk voorgelezen en door de ander nagezien en opgetekend.

Artikel 30 Ongeldige stembriefjes

1.  Ongeldig zijn de briefjes, die zijn ondertekend of waarop geen persoon duidelijk is aangewezen.

2.  Leden, die ongeldige briefjes hebben ingeleverd worden voor de bepaling van de meerderheid geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

3.  In geval van twijfel over de inhoud van een briefje, beslissen de voorzitter en het stembureau.

     Het algemeen bestuur kan eisen, dat het briefje wordt getoond.

Artikel 31 Wijze van  stemming

1.  Wanneer niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede vrije stemming overgegaan.

2.  Is ook bij deze stemming geen volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt de stemming bepaald tot de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussen stemming uitgemaakt over welke twee personen de derde stemming zal gaan.

3.  Indien bij de tussen stemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 32 Beslissen door het lot

1.  Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen, tussen wie de beslissing moet

     plaatshebben door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschre­ven.

2.  Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een bus gedaan en omgeschud.

3.  Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de bus. Degene, wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Artikel 33 Vernietiging stembriefjes

De briefjes van de stemming worden direct na de vergadering door de secretaris verzameld en vernietigd, tenzij één der leden tegen de stemming protesteert.

Hoofdstuk 3 Rechten van leden

Artikel 34 Amendementen en subamendementen

1.  Ieder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen in en splitsingen van een aan de orde zijnde voorstel of onderdeel daarvan voor te stellen.

2.  Elk amendement, subamendement of voorstel tot splitsing wordt schriftelijk aan de voorzitter ter hand gesteld, tenzij deze oordeelt, dat met het oog op het eenvoudige karakter van de voorgestelde wijziging, met een mondelinge indiening genoegen kan worden genomen.

3.  Elk amendement, subamendement of voorstel tot splitsing kan door de voorsteller worden toegelicht. Het moet om in behandeling te komen door tenminste twee leden mede worden ondersteund.

4.  Een ingediend amendement, subamendement of voorstel tot splitsing wordt, tenzij de vergadering anders besluit, zo spoedig mogelijk vermenigvuldigd en aan de leden rondgedeeld.

Artikel 35 Splitsing van voorstellen

1.  Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is kan tijdens de vergadering voorstellen een voorstel te splitsen in een of meer onderdelen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

2.  Een voorstel tot splitsing wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met mondelinge indiening kan worden volstaan.

3.  Een voorstel tot splitsing wordt alleen in behandeling genomen wanneer het door ten minste twee ander leden mede is ondertekend of bij mondelinge indiening mede wordt ondersteund.

Artikel 36 Moties

1.  Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.

2. Hierop zijn artikel 34, tweede, derde en vierde lid, van toepassing.

Artikel 37 Voorstellen van orde

1.  Een voorstel van orde kan elk moment mondeling worden ingediend.

2.  Een dergelijk voorstel moet door tenminste een lid worden ondersteund alvorens in behandeling te kunnen worden genomen.

3.  De leden beraadslagen en beslissen terstond. Indien de stemmen staken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

4.  Onder een voorstel van orde wordt verstaan een voorstel tot het nemen van een besluit betreffende de wijze, het tijdstip of de duur van de behandeling van een onderwerp, dat aan de orde is.

Artikel 38 Initiatief voorstellen

1.  Ieder lid heeft het recht voorstellen, die betrekking hebben op een onderwerp, dat niet op de agenda is vermeld bij de voorzitter in te dienen.

2.  Elk voorstel wordt schriftelijk en ondertekend door de voorsteller achtenveertig uur voor de aanvang van de vergadering bij de voorzitter ingediend.

3.  De voorzitter deelt bij de aanvang van de vergadering het voorstel mee en geeft voor de aanvang van de beraadslaging over het desbetreffende voorstel de voorsteller het woord om zijn voorstel toe te lichten.

4.  Indien het voorstel daarna naast de voorsteller door tenminste twee leden wordt ondersteund, besluit het algemeen bestuur of de behandeling in dezelfde of in een volgende vergadering zal plaatsvinden.

Artikel 39 Interpellatie

1.  Indien een lid inlichtingen verlangt van het dagelijks bestuur omtrent een onderwerp, dat vreemd is aan de orde van de dag, heeft hij voor het vragen van die inlichtingen de toestemming van de vergadering nodig.

2.  Het verzoek om toestemming met vermelding van de vragen die zullen worden gesteld, dient 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter te zijn ingediend. Daarbij wordt aangegeven de reden waarom niet met het stellen van schriftelijke vragen, als bedoeld in artikel 40 kan worden volstaan.

3.  De gevraagde inlichtingen worden zo mogelijk terstond of anders in de daaropvolgende vergadering gegeven.

Artikel 40 Schriftelijke vragen

1.  Ieder lid kan schriftelijke vragen stellen aan het dagelijks bestuur. Zodanige vragen moeten kort en duidelijk geformuleerd bij het dagelijks bestuur worden ingediend. Het dagelijks bestuur zendt deze vragen in afschrift aan het algemeen bestuur.

2.  Indien bij het dagelijks bestuur tegen de beantwoording van de vragen overwegend bezwaar bestaat, geeft zij daarvan, onder opgave van redenen, schriftelijk aan het betrokken lid en aan het algemeen bestuur kennis.

3.  Bestaat zodanig bezwaar niet, dan worden de antwoorden schriftelijk zo spoedig mogelijk aan het betrokken lid en aan het algemeen bestuur meegedeeld.

 

Artikel 41 Rondvraag

1.  Aan het einde van de vergadering wordt een rondvraag gehouden.

2.  De voorzitter stelt de leden in de volgorde waarin zij deze vragen in de gelegenheid aan de rondvraag deel te nemen.

3.  De beantwoording gebeurt onmiddellijk, dan wel in een volgende vergadering.

4.  Over vragen en antwoorden, als in dit artikel bedoeld, wordt niet beraadslaagd.

Hoofdstuk 4  Besloten vergadering

Artikel 42 Besloten vergadering

1.  Wanneer de voorzitter het nodig acht of een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend daarom verzoekt, worden de deuren gesloten, waarna het algemeen bestuur bepaalt, of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.

2.  Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald.

3.  Het algemeen bestuur kan omtrent hetgeen in een besloten vergadering is behandeld en besloten en omtrent de inhoud van de stukken, die aan de vergadering worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt zowel door de leden, die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door de leden, die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen totdat de vergadering haar opheft.

4.  Het dagelijks bestuur kan omtrent de inhoud van de stukken, als bedoeld in het vorige lid, voorlopige geheimhouding opleggen. Dit bestuur geeft daarvan terstond kennis aan de leden van het algemeen bestuur. De voorlopige geheimhouding vervalt, zo de algemene vergadering die niet in haar eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van het aantal leden, dat volgens het Reglement voor het waterschap Vallei en Eem zitting heeft tegenwoordig is, bekrachtigt.

5.  De voorzitter kan toestaan, dat een of meer ambtenaren van het waterschap een besloten vergadering bijwonen.

6.  In een besloten vergadering kan niet beraadslaagd noch een besluit worden genomen over:

     a.  de toelating van nieuwe leden;

     b.  de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de rekening;

     c.  de invoering wijziging en afschaffing van een waterschapsbelasting;

     d.  de benoeming en het ontslag van leden van het dagelijks bestuur met uitzondering van de voorzitter.

 

 

Artikel 43 Notulen besloten vergadering

Van een besloten vergadering worden afzonderlijk notulen opgesteld. Deze notulen worden dadelijk of in een volgende besloten vergadering aan het algemeen bestuur ter vaststelling voorgelegd.

Hoofdstuk 5 Toelating nieuwe leden

 

Artikel 44 Onderzoek van de geloofsbrieven

1.  Bij elke benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur stelt de voorzitter een commissie in bestaande uit drie leden, waarvan één als voorzitter fungeert. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden van het algemeen bestuur en de processen-verbaal van het stembureau.

2.  De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan het algemeen bestuur en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. Het algemeen bestuur beslist zo mogelijk dadelijk over de toelating.

3.  De leden waarvan tot toelating is besloten, nemen zitting na het afleggen van de eed of verklaring en belofte vermeld in artikel 34 van de Waterschapswet.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

 

Artikel 45 Bijzondere commissies

1.  Het algemeen bestuur kan een nader onderzoek van bepaalde aangelegenheden opdragen aan een bijzondere commissie, bestaande uit tenminste drie en in elk geval een oneven aantal leden.

2.  De leden van deze commissie worden benoemd door het algemeen bestuur.

3.  De voorzitter van een commissie treedt tevens op als rapporteur.

4.  Ter vorming van een besluit brengt een ingevolge het bepaalde in lid 1 van dit artikel ingestelde commissie een preadvies uit.

5.  De commissie kan zich desgewenst bij zijn werkzaamheden doen bijstaan door een of meer door het dagelijks bestuur daartoe aan te wijzen ambtenaren en/of deskundigen.

Artikel 46 Voorlichting door deskundigen

Het algemeen bestuur kan - al dan niet op voorstel van de voorzitter - besluiten dat deskundigen, ter vergadering ten aanzien van een bepaald onderwerp het woord mogen voeren. De voorzitter bepaalt de spreektijd van deze personen.

 

Artikel 47 Uitleg reglement

Bij twijfel over de uitleg van dit reglement en in de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter in overleg met het algemeen bestuur.

Artikel 48 Inwerkingtreding

1.  Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2009.

2.  Met ingang van de in het eerste lid bedoelde datum vervalt het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei & Eem 1997.

Artikel 49 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als "Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Eem".

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 november 2008

 

mr. G.P. Dalhuisen                                  K. van de Langemheen

secretaris                                                    voorzitter

Versies van deze regeling

Logo waterschap vallei & eem
Naar boven