
Voor het lozen van (afval-)water, afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen rechtstreeks in een watergang is een watervergunning nodig. Het doel van deze watervergunning is verontreiniging van het watersysteem en wateroverlast te voorkomen.
Voor bepaalde activiteiten zijn algemene regels opgesteld, zoals het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (ook wel Activiteitenbesluit genoemd). Voor deze situaties wordt de vergunningplicht vervangen door een meldingsplicht.
Met de inwerkingtreding van de Waterwet worden lozingen op een openbaar (gemeentelijk) rioolstelsel geregeld binnen de Wet Milieubeheer en vallen daarmee onder de bevoegdheid van de provincie of, in de meeste gevallen de gemeente. Indien u voor een lozing op het rioolstelsel in het bezit bent van een lozingsvergunning op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren blijft deze gewoon van kracht. Bij wijzigingen moet u voortaan contact opnemen met het bevoegd gezag op grond van de Wet Milieubeheer, namelijk de provincie of gemeente.
Het waterschap voert het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer in zijn gebied uit. Dit beheer is erop gericht om vervuiling van het oppervlaktewater en wateroverlast te voorkomen. In een watervergunning wordt daarom voorgeschreven wat, waar, hoeveel en onder welke omstandigheden mag worden geloosd.
Voor wat betreft de waterkwaliteit is niet voor alle lozingen op een watergang een watervergunning vereist. Voor bepaalde situaties zijn algemene regels opgesteld, waardoor de vergunningsplicht is vervangen door een meldingsplicht. De volgende algemene regels zijn van kracht:
Naast de kwaliteit van het te lozen water is ook de hoeveelheid te lozen water van belang. Als u meer dan 50 m3/uur loost op een primaire (grote) watergang of 15 m3/uur loost op een secundaire of tertiaire watergang heeft u een watervergunning nodig. Op deze kaarten kunt u zien of u loost op een primaire, secundaire of tertiaire watergang.
Voor het aanvragen van een watervergunning voor het lozen van afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen rechtstreeks in een watergang gebruikt u het landelijke aanvraagformulier . De vragen in de onderdelen O1, O2 en A1 en A5 moeten hiervoor ingevuld worden.
De wettelijke proceduretijd voor een watervergunning voor het lozen van afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen rechtstreeks in een watergang bedraagt 6 maanden na ontvangst van de definitieve aanvraag. Om te voorkomen dat de gegevens onvoldoende zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen is het beter om vooraf overleg te voeren of een conceptaanvraag op te sturen. De watervergunning wordt ter inzage gelegd, zodat belanghebbenden hun zienswijze kunnen indien of in beroep kunnen gaan.
Heeft de watervergunning alleen betrekking op de hoeveelheid te lozen water, dan is een proceduretermijn van 8 weken van toepassing in plaats van 6 maanden.
Voor het indienen van een melding voor het onttrekken van grondwater of infiltreren van water in de bodem kunt u gebruik maken van het Waterwet meldingsformulier voor grondwateronttrekkingen en lozingen. Door gebruik van dit formulier wordt de melding in voorkomende gevallen gelijk aangemerkt als een melding in het kader van aan bronneerders verleende (paraplu)lozingsvergunningen en/of in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen.
Als er geloosd wordt vanuit een inrichting moet voor de lozing ook een melding ingediend te worden viade Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) (http://aim.vrom.nl).
Ook kunt u het landelijk aanvraagformulier Watervergunning gebruiken. De vragen in de onderdelen O1, O2 en A4 moeten hiervoor ingevuld worden. De bijlagen in onderdeel A4 hoeven niet bijgesloten te worden. Als de lozing plaatsvindt op een watergang, vul dan ook de vragen van de onderdelen A1 en A5 in.
Een melding moet uiterlijk 10 werkdagen voor aanvang van de onttrekking door het waterschap zijn ontvangen. Na beoordeling sturen wij bij onttrekkingen met een waterbezwaar groter dan 12.0000 m3 een acceptatiebrief en nemen wij de gegevens op in het grondwaterregister.Vindt een onttrekking plaats in een drinkwaterbeschermingsgebied, een natuurgebied of een mogelijke locatie met een bodemverontreiniging neem dan ook contact op met de provincie.
Voor de situaties, aangegeven in bovenstaand schema waarbij een vrijstelling van toepassing is omdat de onttrekking of infiltratie kleiner dan 12.000 m3/jaar, en voor tijdelijke onttrekkingen of infiltraties van in totaal minder dan 12.000 m3, hoeft u voor de onttrekking geen melding in te dienen of een watervergunning aan te vragen. Vindt een onttrekking plaats in een drinkwaterbeschermingsgebied, een natuurgebied of een mogelijke locatie met een bodemverontreiniging neem dan ook contact op met de provincie.
Als er naast de lozing ook een onttrekking van grondwater plaatsvindt, dan vindt u hier meer informatie
Als u activiteiten op, in of bij een watergang, dijk of bergingsgebied uitvoert, dan vindt u hier meer informatie
Als u meer wilt weten over het aanvragen van een watervergunning, kunt u contact opnemen met:
Bas Baan (033 – 43 46 230) of Erik Wondergem (033 - 43 46 246)
Inspecteurs van het waterschap controleren of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de voorschriften uit de watervergunning. Meer info