Lozingenbesluit open teelt en veehouderij

waterschap vallei & eem
 

Sidebar

Homepage > Loket > Vergunningen en handhaving > Lozingenbesluit open teelt en veehouderij

Lozingenbesluit open teelt en veehouderij

Informatie over het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij voor agrariërs in het gebied van Waterschap Vallei & Eem.

Het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij is bedoeld om de waterkwaliteit van sloten, beken en plassen en andere oppervlaktewateren te verbeteren. Hieronder vindt u 29 veel gestelde vragen en antwoorden over dit onderwerp.

1. Voor wie is het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij van belang?

Het besluit is van belang voor

  • veehouders
  • akkerbouwers
  • bollentelers
  • boomkwekers
  • vollegrondsgroentetelers
  • fruittelers
  • zomerbloementelers
  • loon- en mechanisatiebedrijven
  • volkstuinders
  • hobbyboeren

2. Wat is het doel van het Lozingenbesluit?

Schoner oppervlaktewater door
• zorgvuldig bespuiten en bemesten
• moderne spuitapparatuur
• teeltvrije zones
• het beperken van afvalwaterlozingen


koeien langs de waterkant3. Waarom dit Lozingenbesluit?

De afgelopen jaren hebben de waterschappen metingen verricht naar de kwaliteit van het oppervlaktewater. Daaruit blijkt dat de concentraties bestrijdingsmiddelen en meststoffen in veel gevallen de waterkwaliteitsnormen fors overschrijden. Vooral bestrijdingsmiddelen hebben een schadelijk effect heeft op het waterleven, met name in sloten. Te hoge concentraties in het oppervlaktewater kunnen leiden tot sterfte van watervlooien en algen. Uiteindelijk wordt het waterleven volledig verstoord en kan zelfs vissterfte optreden. Deze piekconcentraties van bestrijdingsmiddelen en meststoffen ontstaan door drift, afspoeling, het meespuiten van bijvoorbeeld sloten en/of slootkanten en door afvalwaterlozingen. Dit Lozingenbesluit is er vooral op gericht deze hoge tijdelijke concentraties te voorkomen. Daarom zijn in overleg met de agrarische belangenorganisaties en de waterschappen praktische maatregelen vastgesteld die passen bij een 'goede landbouwpraktijk' langs oppervlaktewater. Dit Lozingenbesluit geeft algemene regels die voor alle landbouwactiviteiten gelijk zijn. Zo hoeft het waterschap niet voor elk bedrijf apart een Wvo-vergunning te verlenen.

4. Wie vallen onder het besluit?

Als u actief bent in de veehouderij, de akkerbouw, de bollenteelt, de boomteelt, de vollegrondsgroenteteelt, de fruitteelt en/of de zomerbloementeelt, dan heeft u in principe te maken met het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Dus ook als u één van de genoemde activiteiten combineert of als nevenactiviteit uitvoert. Ook de teelt op tijdelijke en wisselende percelen vallen onder het besluit. Glastuinbouw, overdekte witloftrek en de champignonteelt vallen niet onder het besluit. Voor het telen in potten, containers of op substraat, bijvoorbeeld in de boomkwekerij of groenteteelt, blijft een Wvo-vergunning nodig. Bedrijven die al een Wvo-vergunning hebben, vallen niet onder het Lozingenbesluit.

boer aan het werkLozingen van huishoudelijk afvalwater, bijvoorbeeld van het woonhuis, vallen onder het Lozingenbesluit voor huishoudelijk afvalwater. Lozingen van afvalwater vanaf het erf zoals waswater van stallen of voertuigen en huishoudelijk afvalwater uit bedrijfsruimten vallen onder het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Bij een combinatie van teelten kunt u te maken krijgen met een Wvo-vergunning (bollen), Lozingenbesluit glastuinbouw en met dit Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Het Lozingenbesluit richt zich op degene die verantwoordelijk is voor de activiteiten op percelen. Ook als deze worden uitgevoerd door derden, bijvoorbeeld loonwerkers. Als u twijfelt of uw bedrijf wel of niet onder het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij valt, dan kunt u contact opnemen met Wessel Doorn van het waterschap (tel 033 – 43 46227 of  WDoorn@wve.nl)

5. Wat zijn de belangrijkste maatregelen?

Het Lozingenbesluit heeft tot doel het vermijden van hoge concentratiepieken van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in oppervlaktewater. Deze pieken worden voornamelijk veroorzaakt door het lozen van afvalwater vanaf het bedrijfsgebouw en de erfverharding, door het afspoelen van meststoffen, het meebemesten en -spuiten van sloten en het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen tijdens het spuiten. De maatregelen die vanaf maart 2000 van kracht zijn, hebben dan ook betrekking op deze activiteiten.

Ze zijn onder te verdelen in drie categorieën:
• beperken van afvalwaterlozingen
• zorgvuldig spuiten en bemesten
• teeltvrije zones

6. Welke maatregelen hebben te maken met bespuiten en bemesten?

Het oppervlaktewater is erbij gebaat als u zorgvuldig bespuit en bemest. De volgende maatregelen zijn binnen 14 meter vanaf de insteek van het talud verplicht. Dit is de buitenste werkgang.

• met een veldspuit moeten kantdoppen en driftarme spuitdoppen worden gebruikt;
• met een veldspuit mogen de spuitdoppen niet hoger dan 50 cm boven het gewas of de kale grond worden ingesteld;
• er mag niet worden gespoten bij wind sterker dan 5 meter per seconde;
• spuitapparatuur mag niet uit oppervlaktewater worden gevuld. Tenzij een buffervat of een terugslagklep wordt gebruikt;
• langs oppervlaktewater moet kantstrooiapparatuur voor kunstmest worden gebruikt. Deze maatregel is niet verplicht voor de overdekte beddenspuit die vooral in de bollenteelt wordt gebuikt. Dat geldt ook voor de axiaalspuit, dwarsboomspuit of tunnelspuit in de fruitteelt en boomteelt.

De insteek is de overgang van talud van de sloot naar het maaiveld. De taluds mogen niet worden bespoten.

7. Hoe kun je zorgvuldig spuiten?

Het Lozingenbesluit heeft tot doel de verwaaiing (drift) van gewasbeschermingsmiddelen met 90% te verminderen. Dit wordt voor een belangrijk deel gerealiseerd als moderne, driftarme spuitapparatuur wordt toegepast. Om dit te bevorderen gelden voor agrarische ondernemers die deze moderne apparatuur gebruiken smallere teeltvrije zones. Deze zones zijn verplicht op percelen die grenzen aan sloten en ander oppervlaktewater. Op een teeltvrije zone mag u niet spuiten of bemesten. Er mag echter wel een ander gewas op het perceel staan, mits het niet wordt bespoten. In feite is dit een vanggewas* of windsingel. In de boomkwekerij is hier al ervaring mee. Gras op de teeltvrije zone is ook toegestaan. Hoe breed de teeltvrije zone moet zijn, is afhankelijk van de spuitapparatuur die u gebruikt en het gewas. Is deze driftarm dan zijn de verplichte teeltvrije zones minder breed. In praktijk kan het lonen deze moderne apparatuur te gebruiken. Ook moet bij een aantal intensief bespoten gewassen een bredere teeltvrije zone worden aangehouden dan bij de overige gewassen. Wanneer u biologisch teelt, hoeft u geen teeltvrije zone aan te houden..

8. Hoe groot is een teeltvrije zone?

Een teeltvrije zone meet u vanaf de insteek van het talud tot het midden van de buitenste gewasrij.
Binnen 14 meter vanaf de insteek mag u alleen bestrijdingsmiddelen toepassen wanneer de veldspuit met driftarme doppen en kantdoppen is uitgerust. De volgende teeltvrije zones zijn dan van toepassing:

teeltvrije zones
Gewas

Teeltvrije zone

Gras25 cm spuitvrije zone
aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, peen. aardappelen en uien150 centimeter
deze gewassen met luchtondersteuning, overkapte beddenspuit
of vanggewas
100 centimeter
deze gewassen handmatig gedragen spuitboom wordt toegepast50 centimeter
de overige vollegrondsgroenten50 centimeter
granen, triticale en graszaad

25 centimeter

Maïs50 centimeter

overige akkerbouwgewassen
50 centimeter
bloembollen en -knollen150 centimeter
boomkwekerijgewassen en vaste planten150 centimeter
Opwaarts bespoten boomkwekerijgewassen500 centimeter
klein fruit50 centimeter
Grootfruit als appelen en peren150 centimeter
  

Bij het toepassen van een emissiescherm hoeft geen teeltvrije zone te worden aangehouden.
De buitenste gewasrij mag niet richting de sloot worden gespoten. Bij de gangbare axiaalspuit of dwarsstroomspuit is dan een rijpad langs de sloot nodig. Voor grasland geldt geen teeltvrije zone, maar een spuit- en mestvrije zone van 25 centimeter. Gras in deze zone is dus toegestaan.

Bij droge sloten en greppels geldt geen teeltvrije zone. Als het perceel grenst aan een droge sloot of greppel zijn de teeltvrije zones niet verplicht. Het Lozingenbesluit heeft een definitie gegeven van het begrip ‘droge sloot’, maar Waterschap Vallei & Eem gaat hier iets anders mee om.

9. Wanneer is chemische onkruidbestrijding in de teeltvrije zone toegestaan?

Chemische onkruidbestrijding op de teeltvrije zone mag alleen pleksgewijs en als de apparatuur die wordt gebruikt die geen drift veroorzaakt, zoals een stripper of afgeschermde handspuit.

Het beperken van afvalwaterlozingen

Ook lozingen vanaf uw erf of uit uw bedrijfsgebouwen veroorzaken concentratiepieken gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het oppervlaktewater. Daarom zijn voor afvalwaterlozingen de volgende maatregelen verplicht:
  • Het is verboden afvalwater met ontsmettings- of bestrijdingsmiddelen te lozen. Dit water moet worden opgevangen om vervolgens te worden hergebruikt of afgevoerd.
  • Er mag niet op het oppervlaktewater worden geloosd, als er binnen veertig meter (bedrijfs)riolering aanwezig is met voldoende capaciteit, tenzij het om nauwelijks verontreinigd afvalwater gaat. Is lozing op de riolering niet mogelijk, dan gelden de volgende regels:
    • Sanitair afvalwater uit bedrijfsgebouwen moet worden gezuiverd, met als minimum een septic tank met een inhoud van 6 m3.
    • Waswater van spuit- of mestapparatuur mag niet worden geloosd maar moet worden opgevangen.
    • Spoelwater van landbouwproducten moet zoveel mogelijk opnieuw worden gebruikt. Naspoelwater mag alleen na bezinking worden geloosd op oppervlakte water.
    • Afvalwater van een ontijzeringsinstallatie mag alleen na bezinking worden geloosd.
    • Schoonmaakwater uit gewasbeschermingsmiddelenruimtes, stallen, mestopslag of reparatiehal mag niet worden geloosd.
    • Shoonmaakwater uit andere ruimtes mag na bezinking wel worden geloosd.
    • Koel- en condenswater mag alleen worden geloosd als het niet te warm of verontreinigd is.
    • Regenwater of water waarmee de erfverharding is afgespoten, dat is verontreinigd met mest, kuilvoer, compost en dergelijke mag niet afstromen naar het oppervlaktewater.

Vaak is het mogelijk om verontreiniging of afvalwater te voorkomen of te beperken met organisatorische aanpassingen in de bedrijfsvoering. Zo kunnen bijvoorbeeld restanten van bestrijdingsmiddelen verdund worden verspoten op het perceel. Of kan perssap van kuilvoer of schoonmaakwater van melkapparatuur op de mestkelder worden geloosd. Ook het binnen stallen van spuitapparatuur voorkomt afspoeling van bestrijdingsmiddelen. Verontreiniging van het regenwater kan worden voorkomen door het erf regelmatig schoon te vegen.

10. Sinds wanneer is het Lozingenbesluit van kracht?


Agrariërs hebben vanaf maart 2000 te maken met het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Dit besluit bevat maatregelen om verspreiding van meststoffen en bestrijdingsmiddelen naar oppervlaktewateren terug te dringen. Dit Lozingenbesluit is gebaseerd op de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO) en de Bestrijdingsmiddelenwet. Al eerder zijn er maatregelen genomen voor de industrie en glastuinbouw. De meeste maatregelen zijn vanaf maart 2000 verplicht, maar voor de percelen verloopt de invoering in twee fasen. De eerste loopt van maart 2000 tot het eind van 2002.

11. Worden de regels nog scherper?


Doordat de milieuvriendelijker spuit- en teelttechnieken en toepassing van deze technieken goede resultaten opleveren, is de aanscherping van de regels in 2003 niet nodig.

beregenen 12. Kan er van de maatregelen worden afgeweken?


Ja, dat is mogelijk. Aan de ene kant is er soms sprake van een versoepeling van de regels. Zo kan de waterkwaliteitsbeheerder u toestaan een smallere teeltvrije zone in te stellen. U moet dan aantonen dat u emissiearme apparatuur gebruikt of een teeltwijze heeft die minimaal hetzelfde resultaat oplevert als de hiervoor genoemde maatregelen. Bij uitzondering mag ook worden gespoten bij hardere wind dan 5 meter per seconde. Bijvoorbeeld als u een overkapte beddenspuit gebruikt of als er een teeltbedreigende situatie ontstaat doordat het dagen achtereen te hard waait en langer uitstel van bespuiting niet mogelijk is.
Aan de andere kant kunnen regels ook worden aangescherpt door de waterkwaliteitsbeheerder. In de praktijk gaat het dan vooral om percelen die grenzen aan kwetsbaar oppervlaktewater, zoals zwemwater, water in een natuurgebied of water bestemd voor drinkwater. Daar kunnen bredere teeltvrije zones worden verplicht. Of daar gelden strengere eisen voor wat betreft het lozen van sanitair afvalwater of het hergebruik van spoelwater.

13. Hoe werkt dit besluit in de praktijk?


Welke maatregelen voor uw bedrijf van toepassing zijn en hoe u daarmee moet omgaan is afhankelijk van uw specifieke bedrijfssituatie. Bij de totstandkoming van het besluit heeft de rijksoverheid nauw samengewerkt met de deskundigen van waterschappen, onderzoeksdiensten en landbouworganisaties. Dit neemt niet weg dat het voor sommige agrarische ondernemers niet eenvoudig is de juiste keuzen te maken als zij op het punt staan de verplichte maatregelen door te voeren. Goede informatie en het krijgen van de juiste adviezen zijn dan van groot belang. Vandaar dat meerdere organisaties u informeren en adviseren. Door de rijksoverheid, de waterkwaliteitsbeheerders, maar ook door uw agrarische belangenorganisaties en uw agrarische adviseurs. Heeft u vragen, dan kunt u bij een van deze partijen terecht.

14. Wat houdt de meldingsplicht in?

Als u onder het besluit valt, heeft u een meldingsplicht. Dat houdt in dat uw naam, adres, agrarische activiteiten, percelen en een bepaalde informatie over de lozingen op uw bedrijf bekend moeten zijn bij het waterschap. Waterschap Vallei & Eem heeft gekozen voor een geleidelijke aanpak. U krijgt bezoek van een van de waterschapsinspecteurs, die samen met u het formulier doorneemt en invult. Na ondertekening door u voldoet u aan de meldingsplicht.

15. Wat kost het?

Net als bij alle andere bedrijfstakken en het Lozingenbesluit huishoudelijk afvalwater en het Lozingenbesluit glastuinbouw geldt ook nu het principe dat degene die loost de kosten van eventuele maatregelen voor zijn rekening neemt. Hoe hoog deze kosten zijn, varieert van bedrijf tot bedrijf. Het hangt af van de verkaveling en vooral ook van al dan niet gebruiken van driftarme spuitapparatuur. Als alle maatregelen op een bedrijf nog moeten worden genomen, dan kunnen de jaarlijkse kosten op een gemiddeld bedrijf enkele duizenden euro's bedragen. Het is soms veel goedkoper te voldoen aan het Lozingenbesluit door preventieve maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat verontreiniging of afvalwater niet meer voorkomen.

16. Wat is een driftarme dop en een kantdop?

Een driftarme dop is een spuitdop die zo is gemaakt dat er nauwelijks bestrijdingsmiddelen kunnen wegwaaien. Een kantdop is een driftarme dop die zorgt voor een verticale neerwaartse richting van bestrijdingsmiddelen aan de kant van het oppervlaktewater. Vanaf december 2001 is het gebruik van kantdoppen en driftarme doppen bij spuitapparatuur verplicht. Hier treft u een lijst van goedgekeurde driftarme doppen en kantdoppen aan.

17. Wat is een teeltvrije zone?

Een teeltvrije zone is een strook grond tussen een sloot en de rand van een perceel. Vanaf de insteek van het oppervlaktewater (inclusief de taluds) tot het midden van de buitenste rij van het gewas. In deze zone mag, behalve gras, niet hetzelfde gewas worden geteeld als op de rest van het perceel.


18. Wat is een vanggewas?

Een vanggewas is een aaneengesloten rij bomen, struiken of andere gewassen, die tijdens het spuiten met bestrijdingsmiddelen aanwezig is. Deze moet minstens even hoog zijn als de bovenste spuitdop van het apparaat en als het gewas op het perceel. Hierdoor wordt het verwaaien van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater beperkt.

19. Wat is een emissiescherm?


Een emissiescherm is een scherm van ondoorlatend materiaal of van gaas dat minimaal de helft wind tegenhoudt. Het wegwaaien van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater kan daardoor worden beperkt. Een emissiescherm moet minstens even hoog zijn als de bovenste in gebruik zijnde spuitdop en als het te bespuiten gewas. Bij het plaatsen van een emissiescherm moet men wel rekening houden met de Keur van het waterschap. Dit geldt ook voor het plaatsen van een vanggewas.

20. Wat is een droge sloot?

Een droge sloot staat omschreven als: “een gegraven waterloop die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevat, mits daaraan niet in een plan, vastgesteld op grond van de Wet op de waterhuishouding, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend”.
Deze definitie van het begrip ‘droge sloot’ kan in de periode van 1 april tot 1 oktober redelijk goed worden gebruikt, maar daarbuiten niet. Het waterschap wil voorkomen dat bij controles discussies ontstaan over of sloten ‘droog zijn’. Daarom heeft het waterschap voor een andere omschrijving van het begrip ‘droge sloot’ gekozen. Daarbij is gekeken naar de omslagklasse voor ongebouwd en de grondwatertrappen.

Uitgangspunt is dat alle sloten binnen het gebied van Waterschap Vallei & Eem ‘nat’ zijn, met uitzondering van sloten

  • In gebieden met de omslagklasse ongebouwd III en V (dat zijn de ‘hogere’ gebieden) of
  • In gebieden met de omslagklasse ongebouwd I en II, met grondwatertrappen V en hoger.
  • Bij de grondwatertrappen V, VI en VII is de gemiddelde laagste grondwaterstand lager dan 120 centimeter beneden het maaiveld.

21. Moet water van het erf op het riool worden geloosd?


Regenwater dat op het erf valt, hoeft niet op het riool te worden geloosd. Als men er voor zorgt dat dit water niet verontreinigd is door bedrijfsactiviteiten mag het op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater kan worden voorkomen door onder andere materialen, apparaten, voedingsstoffen afvalstoffen e.d. binnen te zetten of af te dekken en het erf regelmatig te vegen.


22. Waar laat ik huishoudelijk afvalwater?


In het Lozingenbesluit zijn alleen eisen gesteld aan het huishoudelijk afvalwater uit het bedrijfsgedeelte. De lozing van afvalwater vanuit de woning is geregeld in een apart Lozingenbesluit (Wvo huishoudelijk afvalwater). Het huishoudelijk afvalwater moet zo veel mogelijk worden geloosd op het riool. Als dit niet mogelijk is, kunt u het op oppervlaktewater lozen, nadat het is gezuiverd in een goed werkende septic tank of een andere voorziening met hetzelfde zuiveringsrendement. Huishoudelijk afvalwater uit het woonhuis en uit het bedrijf kan eventueel met dezelfde voorziening (IBA: individuele behandeling van afvalwater) worden gezuiverd. Riolering heeft echter de voorkeur. Vanaf 2005 moeten er maatregelen genomen zijn.

23. Waar moet afvalwater dat vrijkomt bij het ontijzeren van grondwater aan voldoen?

Afvalwater dat ontstaat bij het ontijzeren van grondwater mag - na bezinking - geloosd worden op oppervlaktewater. Het ijzergehalte mag niet meer zijn dan 5 mg/l. Om dit te kunnen controleren moet de lozing op oppervlaktewater plaatsvinden via een controlevoorziening. Vanaf 2005 mag lozing niet meer op oppervlaktewater plaatsvinden als binnen 40 meter riolering met voldoende capaciteit aanwezig is.

24. Wat wordt er aan overstorten gedaan?


Het waterschap en de gemeentes (beheerders van de riolering) steken veel energie in het terugbrengen van het aantal keren dat het riool overstort. Riooloverstorten worden veroorzaakt door zware regenbuien. Het riool raakt dan vol, waardoor rioolwater samen met regenwater in het oppervlaktewater terechtkomt.. Uiterlijk in 2005 (bij risicovolle overstorten nog eerder) moeten de gemeentes de definitieve maatregelen voor de overstorten hebben getroffen om te voldoen aan de lozingsnormen. Gemeentes investeren hier veel geld in. Dit geld wordt bijvoorbeeld gebruikt om de bergingscapaciteit van het rioolstelsel te vergroten, maatregelen waardoor schoon regenwater niet meer in het vuilwaterriool komt en het vergroten van de pompcapaciteit van rioolgemalen. Het waterschap stimuleert gemeentes door subsidie te verlenen voor het beperken van overstorten in kwetsbare natuurgebieden.

25. Mag ik chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken in de teeltvrije zone?


Ja, pleksgewijs onkruidbestrijding is toegestaan mits er geen drift optreedt. Dit betekent dat bijvoorbeeld het gebruik van een strijkstok met contactmiddel, het gebruik van granulaat of pleksgewijze onkruidbestrijding met een afgeschermde spuitdop wel is toegestaan.

26. Wat is een teeltbedreigende situatie?


Van een teeltbedreigende situatie is sprake als verder uitstel van spuiten aantoonbaar leidt tot bedreigen van de teelt door ziekten en plagen. Alleen als deze bedreigende situatie kan worden afgewend door bespuiting is spuiten bij een wind harder dan 5 meter per seconde toegestaan. Het is aan de milieu-inspecteur om te beoordelen of naar redelijkheid wordt gehandeld. Voor u is het van belang het spuitboekje goed in te vullen, de weerberichten te volgen en gebruik te maken van het waarschuwings- en adviessysteem.

27. Mag schoonmaak- of waswater op het oppervlaktewater worden geloosd?


Schoonmaakwater uit bestrijdingsmiddelenruimtes, stallen, meststoffenopslagruimtes en de reparatiehal mag niet worden geloosd op oppervlaktewater. Schoonmaakwater uit andere ruimtes mag na bezinking worden geloosd. Afvalwater waarin reinigings- of ontsmettingsmiddelen voorkomen mag eveneens niet geloosd worden. Waswater van spuit- en mestapparatuur mag niet geloosd worden.

28. Mag waswater van voertuigen op de sloot worden geloosd?


Als de voertuigen, werktuigen of apparaten niet zijn gebruikt voor de toepassing van meststoffen en bestrijdingsmiddelen is dit onder voorwaarden toegestaan. Het te lozen water mag niet meer dan 100 mg/l onopgeloste bestanddelen en niet meer dan 20 mg/l minerale olie bevatten. Als het afvalwater de toegestane gehaltes aan olie of onopgeloste bestanddelen overschrijdt, bent u verplicht dit eerst te zuiveren. Het is daarom verstandig om uw bedrijfsvoering zodanig aan te passen dat de gehaltes niet boven de gestelde normen uitkomen. Om te kunnen controleren of u aan de voorwaarden voldoet, moet de lozing op oppervlaktewater plaatsvinden via een controlevoorziening. Vanaf 2005 mag lozing niet meer op oppervlaktewater plaatsvinden als binnen 40 meter riolering met voldoende capaciteit aanwezig is.

29. Is een wasplaats verplicht?


Nee, het wassen van de voertuigen, werktuigen of apparaten op het perceel is toegestaan, als dat gebeurt op ten minste vijf meter vanaf de insteek van de sloot. U moet hierbij echter wel voorkomen dat de bodem en het grondwater verontreinigd raken. De gemeente kan u informeren over de eisen die hieraan gesteld worden.

Meer informatie?

Heeft u behoefte aan meer informatie, dan kunt u het team Handhaving van het waterschap bellen (tel. 033 – 43 46 00) of uw vraag per e-mail (info@wve.nl) stellen.

 

Naar boven