Logo waterschap vallei & eem
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Waterinfo > Water en natuur > Uitheemse waterplanten

Uitheemse waterplanten

Steeds vaker vinden we waterplanten afkomstig uit particuliere vijvers terug in waterlopen. Deze planten verstoren het natuurlijk evenwicht. Ook de afvoer van overtollig regenwater kan daardoor stagneren.

Op deze pagina ziet u waterplanten die voor problemen kunnen zorgen. Als u een van deze waterplanten aantreft, moet u zo snel mogelijk een medewerker het waterschap waarschuwen (tel. 033 – 43 46 000 of via de e-mail).

De planten moeten zo snel mogelijk met wortel en al uit het water worden verwijderd. Daarbij mogen geen deeltjes van de plant achterblijven. Het maaisel moet worden afgevoerd en mag niet achterblijven op een pad of een aanliggend perceel.

Waar komen ze voor

De planten groeien alleen in voedselrijk water. Met name in water me veel nitraat en fosfaat groeit de plant snel. Op de meeste vindplaatsen is het water ook troebel, meestal door zwevend slib met een hoog organisch stofgehalte. We vinden ze vooral in wateren waarin de planten zich goed kunnen ontwikkelen, zoals:

  • Stadswateren en stadsvijvers;
  • Waterlopen met een riooloverstort;
  • Sloten waar water wordt ingelaten vanuit een ander gebied;
  • Wateren waar stadswateren in uitkomen.


Om welke waterplanten gaat het?

 

de grote waternavelGrote waternavel


De grote waternavel is een typische oeverplant die hoogstens een meter het land opkruipt, maar zich onbeperkt over het water kan uitbreiden. De bladeren zijn rond met een diameter van 4-10 en een bladsteel. Het lijkt een klein parapluutje. Aan één kant is het blad diep ingesneden tot aan de bladstee en is 5-lobbig (zie foto).

De planten beginnen vanaf eind mei te groeien. De sterkste groei is in juli en augustus, maar de groei kan tot in oktober doorgaan. In mei/juni drijven de eerste bladeren op het water. De nieuwe stekjes komen in het najaar. Na een sterke groei vanaf juli steken de bladeren zo'n 10-30 cm boven het water uit.

De stengels van de grote waternavel kruipen over de bodem van het water. Ze kunnen meer dan 5 cm lang worden. De planten vormen drijftillen. Ze verspreiden zich vanuit de oever het water in en vormen soort deken over het water. Tijdens zachte winters kunnen de planten langs de oevers ook groen blijven. 

Uitgebreide informatie over de waternavel  op de website van STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer)

waternavel
Waternavel

waternavel in het valleikanaal
Waternavel

 

parelverderkruid1Parelvederkruid


Het parelvederkruid is blauwgroen van kleur. Het plantje heet een geveerd blad met stengels van 20 tot 30 cm. Het drijft meestal in halve cirkels langs de waterlijn op het water.

 

 

 

 

 

 

 

waterteunisbloemWaterteunisbloem


De waterteunisbloem vormt drijvende uitlopers met lepelvormige blaadjes, die vanaf de oever vele meters per jaar het water in groeien. De stengels kunnen een meter hoog worden. De waterteunisbloem heeft lange spitse bladeren en gele bloemen. De kleur van het blad is blauwgroen.

 

 

 

 

watercrassulaWatercrassula


De watercrassula heeft een stengel die in de oeverzone over de bodem kruipt. De lengte van de stengel varieert tussen de 10 en 130 cm.. De bladeren lijken op de bladeren van een vetplant. De kleur van het blad is geelgroen.

 

 

 

waterhyacinthWaterhyacint


De waterhyacint heeft een gezwollen bolvormige bladvoet. De glimmende, ronde, dikke en vettige groenblauwe bladen staan in rozetvorm boven de bladvoet. De plant komt alleen voor in de zomer.

 

Logo waterschap vallei & eem
Naar boven