
Het Eemland is ontstaan uit een groot moerasgebied dat vanaf de randen is drooggelegd. Tot die conclusie komt waterschapsarchivaris Margriet Mijnssen in haar boek ‘Amersfoort lag aan zee' over het ontstaan van het landschap en de waterschapsgeschiedenis van het Eemland en de Gelderse Vallei. In het boek gaat ze daarmee in tegen de huidige algemeen heersende opvatting dat het Eemland vanaf de Eem is ontgonnen. Mijnssen deed een uitgebreide studie in de archieven van het waterschap. Waterschapsarchivaris Margriet Mijnssen bestudeerde vooral de vele bronnen uit de archieven voor haar boek dat de geschiedenis van het waterschapsgebied beschrijft tot 1616. Zij gebruikte de historische literatuur alleen als aanvullend hulpmiddel.

De naam ‘Eem' duikt voor het eerst in 777 op. Keizer Karel de Grote schenkt dan vier wouden die liggen aan weerszijden van de Eem aan de bisschop van Utrecht. De Eem was in de 8e eeuw niet de rivier die wij nu kennen, maar ‘een ononderbroken en zeer breed moeras'. Dat schrijft een kroniekschrijver uit de 11e eeuw. Hij beschrijft hoe bisschop Ansfried met een bootje naar de Heiligenberg bij Leusden moest varen toen hij daar een klooster wilde stichten. In 1527 zegt een oude monnik dat vroeger de zee veel dichter bij Amersfoort lag. De stad is ontstaan op een paar zandbulten in het moeras, die als stapstenen liggen tussen de Amersfoortse Berg als uitloper van de Heuvelrug aan de westkant en een hoge dekzandrug aan de oostkant. Amersfoort lag toen niet ‘aan de Eem', maar ‘in het Eemmoeras'. Het Eemmoeras strekte zich in het Valleigebied uit van de Utrechtse Heuvelrug tot aan de Veluwe en reikte in het zuiden tot Maarn en Amerongen. Ook het gebied van Leusden, Woudenberg en zelfs Renswoude ligt daarin. Deze plaatsen worden dan tot ‘Eemland', het inmiddels drooggelegde Eemmoeras, gerekend.
Aan het eind van de 12e eeuw verandert het Almere geleidelijk in de Zuiderzee. Er ontstaat dan een bredere verbinding tussen het Almere en de Noordzee en de waterstand in het Almere wordt onderhevig aan eb en vloed. De waterstand in de moerassen in de randgebieden daalt daardoor. Delen vallen in de zomer droog waardoor men ze als hooiland kon gebruiken. Dit soort gronden wordt maatlanden of meden genoemd. ‘Meden' wordt later samengetrokken tot ‘meen' of ‘mheen'. De polder Arkemheen ontleent hieraan zijn naam. De huidige Eempolders zijn gevormd in een breed moerasgebied. Door het moeras liepen naast de Eem nog andere kreken die gedeeltelijk zijn drooggemaakt en/of teruggebracht tot beken, grachten en sloten.
Als er steeds meer grond wordt drooggelegd in het Valleigebied ten zuiden van Amersfoort krijgt de stad ook meer problemen met het afvoeren van het water uit dat gebied. De stroom in het Eemmoeras aan de noordkant van de stad kan al dat water niet goed afvoeren. De bedding valt regelmatig in de zomer droog. Het probleem wordt steeds groter als in de 16e eeuw bij Veenendaal het hoogveengebied rond de Emminkhuizerberg wordt afgegraven. Daardoor waterde de hele Vallei vanaf de Rijn voortaan naar het noorden af naar het vroegere Eemmoeras, Daar had men al genoeg problemen met de afvoer van het eigen water en alles wordt in het werk gesteld om de waterlozing uit het zuiden zoveel mogelijk te verhinderen. De aanleg van de Slaperdijk halverwege de 17e eeuw is mede daarvoor bedoeld. Dit probleem zal pas in de 20e eeuw worden opgelost met de aanleg van het Valleikanaal.
Het boek 'Amersfoort lag aan zee' is rijk geïllustreerd met afbeeldingen van oude kaarten en prenten uit de collecties van Archief Eemland, Museum Flehite en het waterschap zelf. De kaarten helpen de lezer de gebeurtenissen te begrijpen. De prijs van het boek bij de boekhandel bedraagt € 30,- Het is boek (ISBN 978-90-5479-071-6)
In 2011 is Waterschapskroniek 'Een vallei vol water' verschenen, het vervolg op dit boek.