
Wanneer kunt u de afwatering van verhard oppervlak, zoals straten, daken en terreinen afkoppelen? En wanneer kunt u bij nieuwbouw verhard oppervlak niet aansluiten op de riolering? Het waterschap heeft drie beslisbomen opgesteld, die u kunnen helpen bij uw keuze. Het gaat om beslisbomen voor regenwater van daken, wegen en terreinen. Hieronder leest u een toelichting op de beslisbomen.
Document Beslisbomen (pdf) downloaden (pdf 15 Kb)
Als u na het lezen van de informatie vragen heeft of advies wilt over het onderwerp, kunt u contact opnemen met Bas Baan, afvalwatertechnoloog bij het waterschap: 033 – 43 46 230 of bbaan@wve.nl. Voor vragen over de stimuleringsregeling die het waterschap heeft voor gemeenten voor het afkoppelen in bestaand gebied, kunt u contact opnemen met Dimitri van Dam, medewerker stedelijk water, telefoon 033-43 46 231, of dvandam@wve.nl.
Daar waar wordt gesproken over afkoppelen van verhard oppervlak (in bestaand gebied) kunt u ook lezen ‘het niet aansluiten van verharding’ (voor nieuw te ontwikkelen gebieden).
In het algemeen is de voorkeursvolgorde voor afkoppelen van afstromend regenwater als volgt:
In eerste instantie heeft het nuttig gebruik van het regenwater de voorkeur. Denk hierbij aan gebruik als sproeiwater voor de tuin, waswater of om het toilet door te spoelen. Als dit niet mogelijk is, kan het regenwater geïnfiltreerd worden in de bodem. Infiltratie van afstromend regenwater in de bodem vermindert de verdroging en voorkomt piekafvoeren. Afhankelijk van de situatie en het bevoegd gezag, moet u met de gemeente of de provincie overleggen over de mogelijkheden en voorwaarden.
Of regenwater afkomstig van een bedijfsdaken of –terrein kan worden afgekoppeld, is afhankelijk van de aard van het bedrijf. In de bedrijventabel staat in welke categorie uw bedrijf valt: a, b of c. De categorieën geven het verschil aan tussen relatief schoon en relatief meer verontreinigd regenwater. Met behulp van de categorieën kunt u via de beslisbomen de juiste keuze maken. Daarnaast moet altijd het gezonde verstand worden gebruikt met oog voor locale omstandigheden.
Uit diverse studies blijkt dat regenwater van daken verontreinigd is met vooral zink, lood en chroom. Deze verontreinigingen zijn toe te schrijven aan het gebruik van materialen als zinken dakgoten, loodslabben en andere dak- en gevelbekleding. Soms kan het regenwater van daken ook verontreinigd zijn door bedrijfsactiviteiten waarbij er via de lucht stoffen op het dak neerslaan. Dit kan ook gelden voor de omliggende percelen. In zo’n geval is aansluiting op het vuilwaterriool gewenst. Als dit niet het geval is, kan de verontreiniging van het afstromende regenwater voldoende worden beperkt door het uitlogende materiaal te verwijderen, behandelen of niet toe te passen. Dit water kan dan zonder problemen worden geïnfiltreerd in de bodem of geloosd op oppervlaktewater. Vooral bij nieuwbouw of renovatie is het zeer gewenst geen uitlogende materialen meer toe te passen, maar bijvoorbeeld kunststof. Een andere mogelijkheid is om het uitlogende materiaal te behandelen met een coating, zodat dit niet meer uitloogt.
Als er toch bovenmatig veel uitlogende materialen worden gebruikt, spreken we over een excessieve toepassing. Denk hierbij aan het gebruik van een koperen dak of zinken gevelbekleding. Bij nieuwbouw is dan een vergaande zuiveringstechnische voorziening nodig. Hiervoor gelden de waterkwaliteitsnormen uit de 4e Nota Waterhuishouding. In bestaande situaties moet het water worden geloosd op het vuilwaterriool, gezien de hoge mate van verontreiniging die vrijkomt.
Voor meer informatie is er een brochure met daarin informatie over de relatie tussen bouwmaterialen en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hierin staan ook tips voor alternatieven voor bijvoorbeeld koper, zink en lood. Deze brochure vindt u op de pagina Verborgen vervuiling op de website van de Provincie Utrecht .
Rijks- en provinciale wegen worden hier buiten beschouwing gelaten omdat deze in de woonkernen nauwelijks een rol spelen. Bovendien gelden hiervoor specifieke omstandigheden en daarom ander beleid. Afstromend regenwater van wegen kan verontreinigd zijn met zware metalen (lood, zink, koper, chroom), zwevende stof, minerale olie en PAK’s. De samenstelling en mate van vervuiling verschilt sterk. Vooral in (rustige) woonstraten worden ook hogere concentraties stikstof, fosfaat en CZV aangetroffen. Deze zijn afkomstig van onder andere hondenpoep.
Omdat regenwater van wegen in het algemeen meer verontreinigd is dan dat van daken, heeft infiltratie hier nog eerder de voorkeur dan bij daken. Bij infiltratie is de verspreiding van de verontreiniging in het algemeen beter beheersbaar.
Dit zijn woonerven, wijkstraten, buurtontsluitingswegen en parallelwegen. Afstromend regenwater van dit soort rustige wegen kan worden geïnfiltreerd in de bodem of geloosd op oppervlaktewater. Verontreiniging door onderhoud moet wel zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan door het afval in te zamelen, te vegen en door geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen te gebruiken.
Daarnaast is het wenselijk dat er, zeker in nieuwe situaties, bronmaatregelen worden getroffen. Dit kan door geen gebruik te maken van uitlogend straatmeubilair, het afstromend oppervlak zoveel mogelijk te beperken, een half-open wegdek toe te passen en naar de berm af te wateren.
Bij een directe lozing op oppervlaktewater verdient het de voorkeur om een slib/zandvang op te nemen. Dit voorkomt de uitspoeling van grote hoeveelheden zand en slib in de watergang.
Drukke wegen zijn stadsontsluitingswegen, busbanen en industriewegen. Als het niet mogelijk is het afstromend regenwater te infiltreren, moeten drukke wegen afwateren op het verbeterd gescheiden stelsel, of via een gelijkwaardige voorziening. Zo wordt de first flush gezuiverd. Daarnaast is het wenselijk de verontreiniging te beperken. Dit kan door de manier van onderhoud en door geen uitlogend straatmeubilair te gebruiken.
De samenstelling en mate van verontreiniging van terreinen is afhankelijk van het gebruik en de locale omstandigheden. Een kritische afweging per geval is noodzakelijk. Voor alle terreinen geldt dat door het beheer en onderhoud verontreiniging van het regenwater kan worden beperkt. Voorbeelden zijn periodiek vegen en het niet toepassen van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen.
Verharde oppervlakken van markten, festivalterreinen en drukke winkelstraten kunnen beter niet worden afgekoppeld. Aansluiting op het regenwaterriool van het verbeterd gescheiden stelsel heeft hier de voorkeur. Indien dit niet mogelijk is, moeten deze oppervlakken worden aangesloten op het vuilwaterriool.
Voor potentieel risicovolle terreindelen bij bedrijven, zoals de opslag-, laad- en losplaats, moet het regenwater een (calamiteiten)voorziening doorlopen. Dit geldt eveneens voor parkeerplaatsen van bussen en vrachtwagens. Gezien de kans op verontreiniging als gevolg van calamiteiten, is afkoppelen niet mogelijk, maar moeten ze aangesloten worden op het vuilwaterriool. Parkeerterreinen voor vrachtwagens en/of bussen kunnen ook worden aangesloten op een verbeterd gescheiden stelsel of gelijkwaardige voorziening.
Relatief schoon regenwater van terreinen wordt bij voorkeur geïnfiltreerd in de bodem of anders rechtstreeks of via het regenwaterriool geloosd op oppervlaktewater. Ook hier geniet het de voorkeur om een zand/slibvang te plaatsen voordat lozing op oppervlaktewater plaatsvindt.
Zie ook de Stimuleringsregeling Afkoppelen schoon regenwater (2003-2007) (pdf) (pdf, 100 Kb)