In 2002 is de Flora- en faunawet (ff-wet) in werking getreden. In deze wet is het soortenbeleid vastgelegd uit twee Europese richtlijnen, namelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De ff-wet kent een aantal verbodsbepalingen, maar ook een voorwaarden waaronder bepaalde handelingen wel mogen plaatsvinden. Bepaalde activiteiten mogen alleen worden uitgevoerd, mits er een ontheffing is aangevraagd.
Andere activiteiten zijn daarvan vrijgesteld mits wordt gewerkt volgens een gedragscode die door de minister van LNV is goedgekeurd. In een gedragscode staan eisen die de ff-wet stelt aan werkzaamheden. Voor de waterschapssector is zo'n gedragscode opgesteld en goedgekeurd. Op 23 november heeft het Dagelijks Bestuur van het waterschap met deze gedragscode ingestemd. Dit betekent dat het waterschap werkt volgens de gedragscode en op die manier meewerkt aan de instandhouding van plant- en diersoorten in Nederland.
Belangrijk in de ff-wet en de gedragscode is de zogenoemde 'zorgplicht'. Dit houdt in dat activiteiten die nadelig zijn voor planten en dieren in principe achterwege gelaten moeten worden. Ook moet op hoofdlijnen bekend zijn waar actuele natuurwaarden aanwezig zijn. Tenslotte moet voor het voldoen aan de zorgplicht zorg worden besteed aan de instandhouding van soorten en hun leefgebieden.
Het waarborgen van met name de instandhouding van beschermde soorten wordt met name door de gedragscode ingevuld. De zorgplicht geldt overigens voor álle planten- en diersoorten.
In het beheersgebied onderhoud het waterschap zo'n 1000 kilometer watergang. Op dit moment wordt al zo'n 95 % ecologisch onderhouden. Uitgangspunt voor het waterschap is zoveel mogelijk ecologisch onderhoud. Het onderhoud wordt ook zo veel mogelijk volgens de gedragscode uitgevoerd. Dit betekent dat in principe niet in het broedseizoen wordt onderhouden, tenzij het niet anders kan. Eerder in het seizoen onderhoud uitvoeren houdt in dat het onderhoud met beperkingen wordt uitgevoerd. Dat kan zijn door gebruik te maken van een wildredder, of iemand vooruit laten lopen om nesten van vogels te markeren, zodat hier omheen kan worden gemaaid.
Meer over de gevolgen van de Flora- en Faunawet voor het (maai)onderhoud in landelijk gebied
Bij werkzaamheden zoals het herinrichten van beken en het bouwen van gemalen of stuwen houdt het waterschap ook rekening met de gedragscode. Zo wordt ook bij deze werkzaamheden zoveel mogelijk gewerkt in de geschikte periode (dus bijvoorbeeld niet in het broedseizoen) en worden de werkzaamheden afgestemd op (mogelijk) voorkomende beschermde soorten. Bij baggerwerkzaamheden wordt dan bijvoorbeeld niet alle bagger meegenomen, zodat vanuit deze plaatsen weer herkolonisatie kan plaatsvinden. En amfibieën en vissen krijgen de kans om te vluchten bijvoorbeeld door naar een open verbinding met een andere watergang toe te werken.
De gedragscode vereist ook dat het waterschap inzicht heeft in de verspreiding van beschermde soorten. Om dit in beeld te krijgen gaat het waterschap samenwerken met de provincies en met de diverse natuurorganisaties in het beheersgebied. Ook voert het waterschap zelf onderzoek uit. De komende jaren wordt zo voor het gehele beheersgebied duidelijk waar beschermde soorten voorkomen, zodat we weten waar voorzichtigheid geboden is! En met deze gegevens wordt de gedragscode verder geïmplementeerd.
